Note 81 — EERSTE DEEL. (continued 2)
Reading edition
Men zou kunnen zeggen dat ten deezen opzichte de Chamans eene zekere overeenkomst met de Kwakers hebben; men weet dat deeze laatste ook diergelijke inblaazingen vooronderstellen, en dat die geen onder hun, welke aan deszelfs ingeeving bot viert, meest altoos begint met erbarmelijk te schreijen, of tekens van eene onverwachte vreugde te geeven; ten minsten preeken deeze ingegeevene nog, schoon wat in het wilde, over de zedekunde, welke zij meenen in haar zuiverste kracht voortestellen, in plaats dat de Kamschatsche redenaars niet weeten wat zij zeggen, en dit geheimzinnig en trouwloos gesnap niet anders bezigen, dan om de afgoderij van hunne al te eenvoudige toehoorders, aantewakkeren.