← Table of contents
Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps

Note 78 — EERSTE DEEL. (continued 2)

Reading edition

Mijne kleeding vordert eene bijzondere beschrijving, men zal daar uit oordeelen, dat ik ’er niet zeer vlug uitzag. Gewoonlijk droeg ik maar een eenvoudig parque van rendieren vel en een gevoerde muts, die wanneer het nodig was, en de ooren, en een gedeelte van de wangen bedekte. Wanneer de koude heviger wierd, vermeerderde ik deeze kleeding met twee kouklanki, een soort van ruimer parque en van een dikker vel gemaakt; van de eene was het hair naar binnen, en van den anderen naar buiten gekeerd. In de geweldigste koude trok ik over dit alles nog een derde veel dikker kouklanki, van honden of argali vellen gemaakt; de hairige zij is altoos naar binnen, en het leer of de buitenste oppervlakte van het vel is roodachtig geverwt. Aan deeze kouklankis maakt men van vooren een kleine slabbedoek vast, die zich opheft om het aangezicht tegens den wind te beschermen, daar en boven, zijn dezelve van agter ieder voorzien van een gevoerde kap; somtijds maakten deeze drie kappen, de een over den anderen, mijn kapsel uit, ik deed ze zelfs over mijn gewoone muts. Mijn hals was bezorgt met een das van een martervel, of een vossestaart, genaamd ocheinik, en mijn kin met een kinband insgelijks van een martervel, dat op mijn hoofd wierd vastgemaakt. Het voorhoofd zeer gevoelig voor de koude zijnde, bedekt men het zelve met een otter of sabelrand, die vervolgens door de muts overdekt word. Mijne gevulde broeken verschaften mij meer warmte dan het overige van mijne kleeding, hoe zamengesteld ze ook weezen mogt. Ik was dubbeld met rendieren vellen geschoeid, ’t hair naar binnen en buiten gekeerd; ze worden in het Kamschatsch tchigi genaamd. Ik stak vervolgens mijn beenen in torbassis of laarzen van rendieren pooten, van binnen voorzien met een zool van tonnchitcha, een zeer zagt gras, het welk de eigenschap van te verwarmen bezit. Niettegenstaande deeze voorzorgen, wierden mijne voeten, na twee of drie uuren reizens, zeer vogtig, het zij door de uitwaasseming, het zij door de onmerkbaare doordringing van de sneeuw, en wanneer ik maar een weinig stil op de slee zat, voelde ik dezelve aanstonds bevriezen. Des avonds trok ik dit schoeizel uit, en deed voor den nagt een paar wijde koussen aan met rendieren of argali vel gevoerd, en ounti genaamt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings