Note 3 — Front matter (continued 9)
Reading edition
Krachtig bloeiende vakvereenigingen zullen veel kunnen doen voor dit alles en nog voor zoo veel meer! Zij zullen, door de macht van alles wat aaneengesloten is, ook tegen de onbillijkheid kunnen strijden der arbeidswet, die nu alleen de vrouw en het kind beschermt. Bescherming van den arbeid is zoo hoog noodig. De enquête van 1890 heeft het maar al te zeer bewezen! Maar niet voor de vrouw alleen! Zeker, het is heel erg als de vrouw, de moeder, wordt afgebeuld door te lang dagwerk in ongezonde lokalen, maar is het niet even erg als de man, uitgeput door overmoeienis naar de jeneverflesch grijpt en zijn gezin te gronde richt, of vroeg sterft of verstompt door overmatig lang werken! Wie uit menschelijke beginselen handelt, wenscht voor beide geslachten wettelijke bepaling van minimum loon en maximum arbeidsdag en strenge bescherming tegen uitbuiting, alleen op verschillende wijzen toegepast, naarmate van de verschillende bedrijven.3 Want zoolang alleen de vrouw beschermd wordt, moet, wat tot haar heil bedoeld was, menigmaal haar den strijd om het bestaan nog verzwaren! Waar twee individuen zich op den arbeidsmarkt komen aanbieden, de een—de vrouw—aan vaste uren gebonden, de ander—de man—vrij om te werken, hoe en wanneer hij wil, zal maar al te dikwijls de laatste in de oogen van den patroon meer waarde hebben dan de eerste. Het moge reeds dikwijls absoluut met cijfers bewezen zijn, dat bij den korteren arbeidsdag evenveel en beter werk wordt geleverd, dit feit is lang nog niet genoeg doorgedrongen en dus zal meestal nog de beschermde achter staan bij den onbeschermden, waar de werkgever de vrije keuze heeft tusschen beiden.