← Table of contents
Hilda van Suylenburg

Note 1 — Front matter (continued 8)

Reading edition

En daar ginds was Betty de Mureaux met haar eeuwig kinderachtig giegelen en Annie van Gaefden met haar diadeem van reigerveeren! Zij wist hoe bloedig wreed dat tooisel was verkregen,1 maar wat kon haar dat schelen, als het maar goed stond? En daar verder was Corry met haar onschuldig gezichtje, en valsch eerzuchtig hart, en Agathe van Brehnen, die straks vol ophef verteld had van haar tir aux pigeons in Berlijn bij Gräfin von Prinsau. Zoo’n duifje dat losgelaten wordt en dan schieten! De kunst is om het diertje niet doodelijk te treffen, maar de pootjes er af! O! dol amusant! en dan de vossenjacht bij Lord Kingsline, waar ’n arm klein vosje door de honden bijna dood gejaagd en dan verscheurd wordt, o! allergezelligst! En daar was ook nog Mathilde van de Bransen, wier hoogste illusie het was om met een Engelschen groot-grondbezitter te trouwen, en bij wie geen enkele kamenier het kon uithouden, en mevrouw Jalingama, die zich zoo onbevredigd en onbegrepen voelde, en haar drie snoezige babies altijd op de kinderkamer liet met heel bedenkelijke bonnes, en freule Verakker, die haar leven tusschen het tennisveld en het rijwiel verdeelde en Eugénie, met haar overprikkelde zenuwen,—wat had ze er dien avond toch vreeselijk slecht uitgezien—en mevrouw de Mureaux, de goedige, brave, wier ontwikkeling niet verder ging dan het feuilleton uit de courant, en meiden en naaisterspraatjes! en nu eindelijk Ottilie .… En met al deze typen van vrouwen voor oogen, aan wier schoot het niet mogelijk is, dat een zedelijk mooi en krachtig geslacht opgroeit, durfde men nog de vrees uitspreken, dat echte vrouwelijkheid zou verloren gaan, als de meisjes anders werden opgevoed, met meer besef van rechten, maar ook vooral van plichten! Het was om te lachen, maar heel bitter! En wat bedoelde men toch met dat vrouwelijke dat zou verloren gaan? In China was het vrouwelijk om verminkte voeten, hier, in sommige kringen, om ziekelijk dunne middeltjes te hebben, en onwetend en zenuwachtig te zijn. En zeker, al zulke kunstmatig aangekweekte, door de traditie geijkte eigenaardigheidjes zouden door de emancipatie verjaagd worden, maar nooit dat aangeborene, dat onuitsprekelijke, dat de vrouw maakt tot een ander wezen dan de man. De stempels van de natuur laten zich niet uitwisschen, en zeker niet door wat folianten en professoren en collegebanken! Wat is in den loop der tijden niet gebeurd met de vrouw? En door alle omstandigheden heen, heeft zij toch haar eigen karakter bewaard! In de middeneeuwen heeft zij gevochten en haar burchten verdedigd, terwijl de man aan de kruistochten deelnam, ze heeft geloofsvervolging, gevangenissen, vluchtend rondzwerven gekend, in Amerika is ze haar man gevolgd in de wildernis, waar ze ontzettend hard werken en haar kinderen en woning dikwijls bloedig tegen de Indianen verdedigen moest, ze is mishandeld, vernederd, verlaten, bedorven, verkocht, bespot, aangebeden, onteerd geworden, op alle wijzen, ze heeft zich dood gezwoegd, door idiote modes heeft men haar lichaam verminkt en haar geest, door kunstmatig domhouden, hier heeft men, door haar slaafs-afhankelijk te maken, de ondeugden der slaven in haar aangekweekt: sluwheid, onwaarheid, gebrek aan fierheid, daar heeft men, door haar te vergoden, haar ijdel en wreed gemaakt, en niettegenstaande dat alles is de vrouw vrouw gebleven, en zal zij dat eeuwig blijven! ten spijt van alle pessimisten die haar bij emancipatie ontaarding voorspellen!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings