Note 1 — Front matter (continued 8)
Reading edition
Hilda kon niet antwoorden door dit lachgedruisch heen, en haar onmacht beklemde haar een oogenblik. Maar wat zou ze ook antwoorden? Deze menschen zouden haar toch niet verstaan, als zij hen zeide hoe absurd het was, mannenhaat te verwachten bij haar, die zulk een vader had gehad! En evenmin zouden zij haar begrijpen, als zij er hen op wijzen wilde hoe onbillijk het toch van de wereld was om altijd de vrouw te bespotten, die, verbitterd door treurige ervaringen mannenhaatster is geworden, terwijl men aandachtig luistert naar den man die, verbitterd door even treurige ondervindingen, vrouwenhater werd. Van af sommige oude klassieke schrijvers en kerkvaders tot Schopenhauer1 en Strindberg toe, zijn er altijd mannen geweest, die de vrouw hebben gegeeseld, omdat zij enkelen harer hadden leeren verachten, en natuurlijk staan daar tegenover even zooveel vrouwen, die, om het leed, haar door enkelen aangedaan, den man hebben leeren vloeken. O! Haten was altijd, bij wie het ook deed, een bewijs van eenzijdigheid en bekrompenheid, een bewijs dat er niet diep genoeg was doorgedacht om te hebben begrepen, maar niemand mocht vergeten, dat er, voor wie veel geleden heeft, ook veel verontschuldiging is!