← Table of contents
Hilda van Suylenburg

Note 2 — Front matter (continued 7)

Reading edition

„Ik had hoegenaamd geen verstand van deeg te laten gisten, of een oven te stoken, en zoo gebeurde het dat mijn brood in den oven ging op het oogenblik dat ik naar bed had moeten gaan, en ik bleef alleen wakker in een huis in het midden van een woesternij. Het sloeg één uur, toen twee, toen drie, en ik zat daar nog altijd, omringd door de eindelooze eenzaamheid, mijn lichaam uitgeput van vermoeienis en mijn ziel beangst door een gevoel van verlatenheid en vernedering. Ik, die thuis zoo verwend was geweest, wier geluk al die huisgenooten had bezig gehouden, van wie men nooit iets anders gevergd had dan dat ik mijn geest zou ontwikkelen, ik was nu gedwongen den nacht door te brengen, wakend bij een stuk brood .… dat misschien niet eens een stuk brood zou worden! Die gedachte maakte me krankzinnig, zóo dat ik mijn hoofd op de tafel legde en het begon uit te snikken. Maar toen, ik weet zelf niet hoe, kwam ineens de gedachte in mij op, aan Benvenuto Cellini,2 die een ganschen nacht bij den oven waakte, waaruit zijn Perseus3 komen moest. En ineens vroeg ik me af: Maar zou er in de oogen der hoogere machten, hier boven, eigenlijk wel zulk een groot onderscheid bestaan tusschen een stuk brood en een beeld van Perseus, als beiden beteekenen: Plicht? De vaste wil van Cellini, zijn energie, zijn geduld, zijn vindingrijkheid, dat zijn de wezenlijk bewonderenswaardige dingen, waarvan het Perseusbeeld het toevallige resultaat is. Als hij een vrouw was geweest, die in Craigenputtock leefde, met een man, lijdend aan ingewandziekte, op zestien mijlen afstands van een bakker, en dat nog een slechten bakker, dan zou hij al diezelfde goede hoedanigheden hebben gebruikt om een stuk brood te vervaardigen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings