← Table of contents
Hilda van Suylenburg

Note 3 — Front matter (continued 4)

Reading edition

„Ja,” zeide Hilda bitter, „de troubadours en minnestreels verheerlijkten haar in hun liedjes en de ridders trokken met de kleuren van hun dames op hun banieren gestikt ten strijde. Maar ik zou wel eens willen vragen aan de arme koninginnen en burchtvrouwen, die naast zich, en met meer eerbewijzen omringd dan zij zelven, de minnaressen van haar mannen moesten dulden, aan de vrouwelijke slachtoffers der geplunderde steden, aan de duizende vrouwen, die liever een wijkplaats achter de kloostermuren zochten, dan het voorwerp dier hooggeroemde bescherming te zijn, aan de knappe kruidkensters, eigenlijk de doktoressen van de middeleeuwen3, die wegens hekserij op de vreeselijkste manier werden doodgemarteld, aan de jonge vrouwen, die zoo juist in het huwelijk waren verbonden met den man dien zij liefhadden, en daarop den gruwel moesten doorstaan van Droit du seigneur! of die allen wel erg over de vrouwenvereering dier tijden tevreden waren? Ik denk dat zij gaarne zouden hebben willen ruilen met de vrije Amerikaansche!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings