Note 1 — De komst van het voedsel.
J. Kuylman translation
In dit licht uit het westen, zag het dorp er op zijn best uit. Het strekte zich uit over de lengte der vallei onder de beukenwouden van den „Hanger,” als een koralensnoer van met riet bedekte en roodpannige huisjes—huisjes met portico’s, die met latten bespijkerd waren en met pyracanthus1 afgezette voorgevels, welke zich al dichter en dichter tegen elkaar aandrongen naarmate de weg daalde van de taxusboomen bij de kerk naar de brug. De pastorie gluurde niet al te hoogmoedig tusschen de boomen uit achter het dorpslogement; zij had een Georgiaanschen gevel, gerijpt door den tijd, en de spits der kerk verhief zich blij boven de holte die de vallei in de heuvels vormde. Een kronkelend riviertje, dat als een smal lint van schuim en hemelblauw voortstroomde, glinsterde tusschen breede randen riet en zich er overheen neigende wilgen, midden door een méékronkelende strook weide. Het geheel bood den eigenaardigen Engelschen aanblik van goede bebouwing—dien aanblik van kalme afgerondheid—die de volmaaktheid nabijkomt in de warmte van de ondergaande zon.