Note 2 — De komst van het voedsel.
J. Kuylman translation
En ook de dominé zag er rijp uit. Hij was gewoon er bijzonder rijp uit te zien, alsof hij geboren was als een murwe baby, een rijpe, en sappige kleine jongen. Al vóór hij het u vertelde, was het aan hem te zien dat hij op eene oude gevestigde openbare kostschool was geweest, die begroeid was met klimop, en die schitterende tradities, aristocratische relaties, en geen scheikundige laboratoria bezat; en dat hij vandaar gegaan was naar een eerwaardige hoogeschool, gebouwd in den rijpsten gothischen stijl. Hij bezat weinig boeken die jonger waren dan duizend jaar; van dezen vormden Yarrow en Ellis en goede preeken uit den tijd vóór de Methodisten het meerendeel. Hij was een man van middelmatige lengte, een beetje kleiner lijkend door zijn equatoriale afmetingen en met een gezicht, dat hoewel rijp van het begin af, nu climacterisch2 rijp was. De baard van een David verborg zijne dubbele onderkin; hij droeg geen horloge-ketting uit verfijning, en zijn hoogsteenvoudige kleeding van geestelijke, was gemaakt door een kleermaker uit het West-End3... En hij zat daar, met een hand op elke dij, genoegelijk knipoogend naar zijn dorp. Hij wuifde er met een mollige hand naar. En in hem zong weer zijn oude refrein. „Wat kan men meer wenschen?” „Onze ligging is heel gelukkig,” zei hij, zich niet al te sterk uitdrukkend.