Note 1 — Het Paard.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
De aarde wordt geschetst in den zin der oude Babylonische voorstelling: zwevend boven en beneden de getemde oorspronkelijke wateren. Boven haar schittert de gordel van Orion en verrijst de morgenster. Dan wordt het duister van wolken, de sluizen des hemels openen zich en storten hare wateren uit, de bliksemschichten schieten neer. Voor den storm vliegen de raven weg, en de leeuwen brullen om voedsel, terwijl boven de donder rolt. Daarna wendt zich het natuurbeeld tot de dieren der aarde, en nu volgt een schildering, die voortdurend grootscher en verhevener wordt.1