Note 6 — (Juli 1290–1292?)
Nico van Suchtelen translation
Nadat deze allerlieflijkste Vrouwe uit dit leven was verscheiden, bleef de bovenbedoelde stad achter als eene weduwe en als beroofd van alle waardigheid; zoodat ik, nog weenende in deze verlaten stad, iets schreef aan de voornaamste burgers der stad6 over haren toestand, nemende tot begin deze woorden van den profeet Jeremia: “Quo modo sedet sola civitas, etc”. En ik zeg dit opdat niemand zich er over verwondere dat ik dit hierboven heb aangehaald als het ware als eene intrede tot de nieuwe stof welke volgt. En indien iemand mij wilde verwijten dat ik niet nederschrijf wat op de aangehaalde woorden volgde, verontschuldig ik mij hiermede dat het van begin af niet mijne bedoeling was eene andere dan de volkstaal te schrijven: zoodat, aangezien de woorden welke volgden op de aangehaalde, allen in het Latijn waren, het buiten mijne bedoeling zoude vallen wanneer ik ze nederschreef: en ik weet dat deze mijn grootste vriend, tot wien ik dit schrijf, dezelfde bedoeling heeft, dat wil zeggen dat ik hem schrijve alleenlijk in de volkstaal.