Note 14 — (Juli 1290–1292?)
Nico van Suchtelen translation
Sommige commentatoren meenen dat deze paragraaf eigenlijk behoort te worden ingelascht tusschen XXXIII en XXXIV. Immers Dante’s woorden tot de pelgrims over de “stad der rouwe” klinken veel natuurlijker wanneer zij werden gesproken kort nadat Dante zijn brief aan “de aanzienlijke burgers” had geschreven. Bovendien zouden de beginwoorden “Dopo questa tribulazione” bezwaarlijk kunnen slaan op Dante’s avontuur met de “Vrouwe aan het Venster”, wel echter zijn zij volkomen op hun plaats onmiddellijk na Beatrice’s dood. Ik voer hiertegen echter aan dat het woord tribulazione (door mij vertaald met “beproeving” misschien nog juister weer te geven door “verzoeking”) ook voorkomt in § XXXVIII, dus juist wel slaande op bedoelde episode. Voorts valt te bedenken dat de aanschouwing der zg. Veronica voor de middeleeuwsche geloovigen gold als een voorproefje van de aanschouwing van Christus in den hemel, en dat in het volgende sonnet Dante’s pelgrimgeest zich inderdaad tot den hemel verheft om er Beatrice te aanschouwen. Het is natuurlijk wel mogelijk dat ook dit sonnet eerder werd geschreven dan die aan de “deernisvolle Vrouwe”, maar zéker behoort het het slotgedicht te zijn en is Dante dan opzettelijk van de chronologische volgorde afgeweken. De evenwichtige compositie van het werk eischt dat het eindigt met juist dìt sonnet, waarin een “nieuw begrip, in leed geboren” Dante’s geest opvoert tot de hoogste contemplatie.