← Table of contents
Het Nieuwe Leven (La Vita Nuova)

Note 3 — (1287–1290).

Nico van Suchtelen translation

Het geviel toen, dat, terwijl ik wandelde langs eenen weg, waarnaast eene zeer heldere rivier stroomde, mij een zoo groot verlangen om te rijmen overviel, dat ik begon er over te denken hoe ik het aan zou leggen; en ik overwoog dat het niet passend ware over haar te spreken tenzij tot andere vrouwen in de tweede persoon; en dat wel niet tot alle vrouwen, maar alleenlijk tot diegene die lieflijk en edel waren en niet slechts vrouw3. Daarop, zegge ik, sprak mijne tong, als vanzelf bewogen: “Gij vrouwen edel, die de Liefde kent”. Deze woorden bewaarde ik met groote blijdschap in mijnen geest, mij voornemend ze tot begin te nemen; waarop ik, teruggekeerd in bovenbedoelde stad en na eenige dagen te hebben nagedacht, deze canzone begon met den bedoelden aanhef en in de volgorde welke men hieronder in hare verdeeling zal zien. De canzone4 begint aldus:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings