Note 10 — (1274–1287).
Nico van Suchtelen translation
Toen er zoovele dagen waren voorbij gegaan, dat juist negen jaren vervuld waren10 sedert de bovenbeschreven verschijning dier Allerlieflijkste11, gebeurde het op den laatste dezer dagen dat deze bewonderenswaardige Vrouwe mij verscheen, gekleed in zuiver-witte kleur, temidden van twee edele dames, die van ouderen leeftijd waren; en voorbij schrijdend door eene straat, wendde zij de oogen naar dien kant waar ik, vol vreeze, stond: en in hare onuitsprekelijke hoofschheid12, welke nu in de Eeuwigheid vergolden wordt, groette zij mij met een blik zoo vol van deugden13, dat het mij toescheen als zage ik de grenzen aller zaligheid. Het uur waarop haar allerzoetste groet mij gewerd, was juist het negende van dien dag: en omdat het de eerste reize was dat hare woorden zich tot mijne ooren bewogen, werd ik door zulk eene verteedering bevangen, dat ik mij als dronken van de menigte afzonderde. En ik vlood naar de eenzaamheid mijner kamer en zette mij daar tot peinzen over deze zeer hoofsche Vrouwe.