Note 4 — (1274–1287).
Nico van Suchtelen translation
Dierlijke en natuurlijke geest. De voorstelling der verschillende levensverrichtingen als “geesten” is in de scholastieke wijsbegeerte zeer gebruikelijk en oorspronkelijk aristotelisch. In zijn “Peri Psyches” (Over de Ziel) beschrijft Aristoteles de ziel als de “Entelechie” d. w. z. de verwerkelijking, het innerlijke doel, van alle functies van het levend organisme. De laagste vorm der ziel is de vegetatieve, het “threptikon”, hier de “natuurlijke geest” genoemd, welke beperkt is tot de functies van voeding en voortplanting en reeds bij de planten wordt aangetroffen. Bij de dieren voegt zich hierbij de “Dierlijke geest”, de sensitieve ziel, bestaande uit “aisthètikon” (zinnelijke waarneming), “orektikon” (begeerte) en “kinèktikon” (beweging). De hoogste vorm, de rationeele ziel, de “Nous”, de Rede, komt slechts bij den mensch voor. Dante, die geen Grieksch kende, ontleende zijn psychologische kennis waarschijnlijk aan het werk “De Anima” (Over de Ziel) van den scholast Hugo de St. Victor. De “zinnelijke geesten” waarvan iets verder sprake is, verbeelden de vijf zintuigen.