Note 2 — (1274–1287).
Nico van Suchtelen translation
Beatrice: letterlijk Zaligmaakster. Verkort: Bice.
Deze eerste ontmoeting had volgens Boccaccio plaats tijdens een Meifeest, dat in 1274 door Folco Portinari, den vader van Beatrice, een der aanzienlijkste burgers van Florence, werd gegeven. Dante zou, in gezelschap van zijn vader Alighiera Alighieri, dit feest hebben bijgewoond.
De zinsnede: “die niet wisten hoe haar te moeten noemen” (li quali non sapeano che si chiamare) is eene der meest onduidelijke der Vita Nuova. Men heeft er o. a, uit willen afleiden dat Dante’s Beatrice nièt dezelfde was als Bice Portinari, omdat de naam van deze immers bekend was. Dante heeft echter m. i. alleen willen zeggen dat degene, die haar toevallig niet mocht kennen, haar naam wel vanzelf moest raden, afgaande op hare schoonheid en deugdzaamheid. Men bedenke ook dat in Dante’s voorstelling zijn geliefde dien naam natuurlijk niet maar toevallig droeg. Vergelijk ook § XIII: Nomina sunt consequentia rerum, d. w. z. de namen richten zich naar de dingen. (Aanteekeningen 31). Pasqualigo leest: “die niet wisten wie zij (eigenlijk) aldus noemden (namelijk een engel)”. In elk geval heeft Dante op deze wijze den naam zijner Vrouwe, welke hij volgens troubadours traditie niet noemen mocht, toch uitgesproken. Zij werd algemeen—ook in het testament van haar vader—Bice genoemd; Dante geeft haar haar onverkorten naam als het ware tot schuilnaam. Hij kon dit te eer doen omdat ook andere dichters herhaaldelijk hunne geliefden als eene “beatrice” aanspreken. (Zie ook aanteekening 46)