← Table of contents
Het Leven der Dieren

Note 2 — De Pluviervogels (Charadriornithes). (continued 2)

Reading edition

Nevens de vorige soort ontmoet men de iets kleinere Strandpluvier, op Texel Zandlooper en Froukie, op Terschelling Gultje, op Ameland Kreuteltje genoemd [Charadrius (Aegialites) cantianus]. Totale lengte 18, staartlengte 5–1/2 cM. Zij heeft niet, zooals de vorige soort, een zwarten dwarsband over den krop, wel aan weerszijden daarvan een zwarte vlek; voorts zijn bij haar de snavel en de voet zwart en het voorhoofd zuiver wit; wit zijn ook de schaften van de 4 à 6 eerste pennen. Haar verbreidingsgebied omvat het grootste deel van de aarde, uitgezonderd het hooge noorden, Australië en Amerika. Zij broedt aan de zeekust, zelfs nog aan de oevers van de Middellandsche en de Roode Zee. Bij ons houdt zij zich van Maart of April tot September op en broedt in grooten getale in de duinen van onze eilanden en aan den Hoek van Holland. Haar nest is een ondiep kommetje van ongeveer 1 dM. middellijn in het harde zeezand. Eigenaardig is de wijze, waarop deze en andere Pluvieren haar nest verfraaien, n.l. door 3 of 4 geheel gave, bijeen gegroepeerde, helder gekleurde schelpjes vast in den bodem te drukken; ook om het nest liggen dergelijke groepjes2. Reeds in Augustus begint zij hare broedplaatsen in noordelijker gewesten te verlaten en keert derwaarts terug in Mei. Zij trekt dan ook in zeer menigvuldige, kleine troepjes langs ons zeestrand.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings