← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 3.9, De Oerdieren

Note 1 — DE OERDIEREN (Protozoa).

Reading edition

Opdat dit woord, zonder hetwelk een goed begrip van het leven onmogelijk is, geen holle klank blijve, is waarschijnlijk geen andere uitweg mogelijk, dan dat men zich door een kennis, die natuuronderzoeker is, werkelijk protoplasma onder het microscoop laat zien. Zeer geschikte, in den zomer gemakkelijk verkrijgbare voorwerpen daarvoor zijn de haren aan de meeldraden van de Tradescantia1. In deze haren, verlengde cellen, is, bij eene vergrooting van 400–500, eene in voortdurende verandering en gestadig vloeiende beweging verkeerende dikke, vloeistofachtige substantie waar te nemen, welke beweging voornamelijk bestaat in het voortglijden van de daarin aanwezige fijne korreltjes. Deze beweging is een der gewichtigste en opvallendste eigenschappen van het in plantencellen opgesloten protoplasma. Het is deze zelfde substantie, welke, in cellen zoowel als in vrijen toestand, ook in de dierenwereld ongemeen verbreid is. Terwijl echter bij de hoogere dieren de aanvankelijk eenvoudige protoplasma-inhoud verdere veranderingen ondergaat, zooals b.v. in den inhoud der vezels van spieren en zenuwen, blijft het bij andere zooals het is. Dit is het geval bij de Protozoën in hun oorspronkelijke eenvoudigheid en vormloosheid, en dit verleent het geheele organisme het kenmerk van een dieper, om zoo te zeggen oorspronkelijker standpunt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings