Note 4 — De Stootvogels (Pelargornithes). (continued 7)
Reading edition
De reeds genoemde en allerlei andere soorten van Eenden worden hier te lande veelvuldig gevangen in zoogenaamde „eendenkooien”4. Deze bestaan uit een eenzamen ver van alle gedruisch gelegen vijver, door houtgewas omgeven en in gemeenschap staande met een gekromde sloot, die naar achteren allengs nauwer wordt; het oeverhout wordt als een gewelf boven de sloot saamgevlochten, of deze wordt door deknetten van boven afgesloten. Lokeenden verleiden de wilde Vogels om in den vijver neer te strijken en in de sloot op te zwemmen, waar zij geen gevaar bespeuren, omdat de slootkanten voorzien zijn met staande rietmatten, waarachter de kooiker zich schuil houdt. Een hiervoor afgericht hondje, dat langs den waterkant loopt, drijft de Eenden door voortdurend keffen steeds verder, totdat zij eindelijk, den plotseling verschijnenden kooiker achter zich ziende, al vluchtend in een groot, sterk, fuikvormig net aan ’t einde van de sloot geraken.