← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 2, Hoofdstuk 10: De Stootvogels

Note 3 — De Stootvogels (Pelargornithes). (continued 7)

Reading edition

Het broedgebied van de Smient omvat de geheele toendra van Europa, Azië en Amerika. Op den trek doorreist zij geheel Europa en Azië; zij bezoekt echter het binnenland van Afrika niet, doch overwintert in het kustgebied van de Middellandsche zee. Meer dan eenige andere Zwemeend geeft zij aan zoetwater de voorkeur, hoewel zij zich op den trek tijdelijk in ondiepe zeebochten en brakwater ophoudt. Hoewel zij in aard en voorkomen een echte Eend is, onderscheidt zij zich van hare verwanten door haar lossen, snellen, bijna niet waggelenden gang, welke aan dien van een Gans herinnert. Zij dankt haar naam „Fluiteend” aan haar op „wiewuu, wuubiebuu, wuubwieüu” gelijkende, op een afstand niet onaangenaam klinkende stem. Geen enkele mij bekende Eend houdt zooveel van plantaardig voedsel als deze. Eigenaardig is het, dat voor de vangst van Smienten onder slagnetten behalve tamme Eenden ook tamme Ganzen als lokvogels gebruikt worden, voor de vangst van andere soorten van Eenden daarentegen uitsluitend tamme leden van haar eigen onderfamilie. „De Eenden”, schrijft Dr. G. A. Venema3, „houden niet veel van het geroep van Ganzen. Alleen de Smienten zijn niet zóó zeer op het gezelschap van hare soortgenooten gesteld, maar luisteren gaarne naar het geroep der Weenkies” (hiermede wordt Anser albifrons, bedoeld) „en vinden haar gezelschap aangenaam.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings