Note 1 — De Stootvogels (Pelargornithes). (continued 6)
Reading edition
De Aalscholver of Schollevaar1, in Noordbrabant Waterraaf genoemd (Phalacrocorax carbo), is de meest bekende en misschien ook de meest verbreide soort. De bovenkop, de hals, de borst, de buik en de onderrug zijn glanzig zwartgroen, met zachten metaalachtigen weerschijn, de voorrug en de vleugels bruinachtig, met bronsachtigen glans en (wegens de donkerder vederzoomen) als ’t ware geschubd; de slag- en stuurpennen zijn zwart; een witte, achter het oog beginnende vlek omgeeft de keel, een andere, afgeronde komt op de flanken voor. Het oog is zeegroen, de snavel zwart, aan den wortel geelachtig, de naakte huid van het aangezicht en van de keel geel, de voet zwart. Totale lengte 81 à 92, vlucht 135 à 150, lengte van den vleugel 36, van den staart 18 cM. De jonge Vogel is meer of minder grijs; de bovendeelen zijn donker aschgrauw en op soortgelijke wijze als bij de ouden geschubd; de onderdeelen zijn geelachtig of lichtgrijs.