← Table of contents
Het hedendaagsche Londen

Van vrijen en trouwen en doopen in het hedendaagsche Londen.1

Reading edition

Van vrijen en trouwen en doopen in het hedendaagsche Londen.1

’s Avonds vrijaf.
’s Avonds vrijaf.

’s Avonds vrijaf.

Als de schaduwen der schemering het aanschijn van den blinkenden dag hebben verduisterd, wordt Londen een enkel groot “laantje voor verliefden”. In de verrukking van een jongen liefdedroom vinden duizenden paartjes het slot van een dag van hard werken. Men kan ze overal ontmoeten, met de oude, zoete geschiedenis geschreven op hun gelukkige gezichten, en men herkent ze dadelijk, zonder dat vergissing mogelijk is.

In de eene klasse van menschen zijn hun armen ineengestrengeld en hun vingers ook; in een andere hebben ze de armen om elkanders hals; in een derde rust haar hand licht op zijn arm; in nog weer een andere wandelen ze beschroomd naast elkander; maar toch houdt niemand hen voor iets anders, dan wat ze zijn. Getrouwde menschen, ook jonggetrouwde, loopen nooit zoo, als geliefden loopen. De stap is een andere; het gearmd loopen is anders en de omhelzing in het openbaar staat niet langer op het programma.

Laat ons bescheiden en zedig en met de teederste voorzichtigheid voor de gevoelens van allen op dezen zachten zomeravond een wandeling doen door het land der liefde in Londen.

De winkels zijn juist in het Westen gesloten, en de hoofdstraten zijn vol van de jongens en meisjes, die vrij zijn gelaten van hun dagwerk. De meisjes komen voor den dag, in groepjes, met lichte blouses en strooien hoedjes, en ook de jongelui loopen eerst op straat in kleine troepjes bij elkaar. Maar het duurt niet lang, of de seksen raken door elkaar, en binnen korten tijd heeft ieder jongen zijn meisje, en gelukkige paartjes wandelen met hun tweetjes weg.

De gewoonte, om den hoed af te nemen, die eens voor een gebruik van het vasteland werd gehouden, is nu algemeen in alle standen aangenomen, en menige hoed wordt gelicht door medeklerken en winkelbedienden, als ze den trotschen ridder tegenkomen, die met zijn dame aan den arm wandelt. Tusschen acht en negen uur zijn de winkelstraten van het Westen vol geliefden. Hier wordt de liefde niet openlijk tentoongesteld. De ineengeslagen handen en de leestomstrengelende armen behooren bij de minder aristocratische straten en een lageren rang van paartjes, het fabriekmeisje en den werkman, den jongen marskramer en zijn meisje, de meid alleen en haar jongen.

Als gij in den avond door Londens straten wandelt, kunt ge de eerlijke liefde van jongens en meisjes in een nimmer eindigend panorama op hun aangezichten lezen. Er is geen valsche schaamte onder deze paartjes. Ze zijn trotsch op elkander, trotsch op hun teedere relatie, en als ze nu en dan eens een uitwendig teeken geven van de warmte van hun gevoel, is dat eenvoudig de natuurlijke terugkeer van Adams zonen en Eva’s dochteren naar de gelukkige Edensche dagen van de eerste minnenden.

In de parken en langs de Theemsoevers aan het Embankment zit menig paar geliefden; ze schuiven dicht bij elkander en kijken elkaar in de oogen, zonder acht te slaan op de voorbijgangers, die meestal nog al medegevoel toonen en sympathiek gestemd zijn. Als er maar een enkel paar zit op een bank, waar plaats is voor vier personen, neemt heel zelden een man of vrouw alleen de overige ruimte in. Die wordt overgelaten voor het volgend paar verliefden, die toevallig passeeren. Want verliefden geven er niet om, als andere paren de droomerige stilte van het zitje onder de boomen deelen. Maar de tegenwoordigheid van eenig persoon, hetzij man of vrouw, die niet ingenomen wordt door den zoeten hartstocht, zou aangemerkt worden als een ernstige inbreuk op de rechten van Cupido.

Londensche gelieven, die behooren tot de klasse van zoo elkaar zoekenden, als de avondzephirs fluisteren onder de boomen, hebben niet veel gelegenheid tot hofmakerij in hun eigen thuis. Er zijn daar al te veel luidruchtige kinderen en ruwe buren in den omtrek, en nergens vinden ze een spoortje romantiek. Menig liefdetooneeltje in de Londensche parken is even idyllisch en teeder en even oprecht, als welke liefde ook, door dichters bezongen, en de vrijage van den boerenknecht is vaak even poëtisch en eerbiedig als die van den jongen hulpprediker, die honigzoete woordjes fluistert in het oor van des vicars dochter tusschen de rozen van haar vaders tuin, in het licht van de eerste bleeke avondsterren.

Liefde kent geen rang en stand, en omdat het avonduur het uur van het hart is, kunnen wij, die Liefde’s land doorwandelen, ook den grooten meneer als minnaar zien, zooals hij zich buigt tot de maagd met het blauwe bloed en zachtjes praat tot de dame van zijn keuze. Zie, ze stappen uit de kamer op het breede balkon voor het groote huis en ze staan daar met een achtergrond van zachte lichten in de deftige kamer, die we door de open vensters zien. Wat vormen ze een liefelijk tooneeltje! Zijn zwarte rok en het wijde witte veld van zijn overhemd brengen de zachte chiffons van het slanke, bevallige meisje naast hem naar voren. Het avondkoeltje doet even den grooten rijkdom van haar golvend haar trillen; maar dat is het niet wat haar lichtelijk doet blozen. De jonge graaf heeft zich voorovergebogen en heeft zacht woorden van liefde tot haar gefluisterd. Wij zijn te ver weg, om het antwoord te hooren, dat zij geeft; maar wij kunnen haar glimlachend gelaat zien, en als aan de voorschriften en bepalingen van de groote wereld is voldaan, kunnen wij zeker zijn, dat er een aankondiging in de Morning Post zal verschijnen en dat de heele wereld zal hooren van die kleine liefdeshistorie, welker begin school bij de balkonscène in Park Lane vandaag.

De luiken zijn gesloten in dit sombere huis in een Londensche square, en we kunnen niet zien of de liefde schuilt onder het dak, maar de benedenvoordeur is open en op de bovenste trede van de stoep schept een mooi Londensch dienstmeisje een luchtje. Zij kijkt verlangend naar den hoek en werpt nu en dan tersluiks een blik naar de dichtgetrokken gordijnen. Daar komt een jonge man aanslenteren. Hij drentelt, tot hij het gefladder van de linten van een klein wit mutsje in het oog krijgt, en dan versnelt hij zijn stap, en het jonge kamermeisje stapt hem lichtjes tegemoet. In de schaduw van het buurhuis buiten het gezicht van eenig oog, dat zou kunnen kijken uit het huis, waar ze dient, toeft Mary een poosje met haar minnaar. Hij houdt haar hand in de zijne en ze praten ernstig samen. Een politieman gaat voorbij met een knikje en een glimlach. De jonge man trekt zijn wenkbrauwen samen, maar het is slechts een zomerwolkje. Dan opeens slaat de klok van een naburige kerk tien. Mary schrikt even. “Ik moet gaan!” fluistert ze. Dan volgt een lang en innig drukken van de hand, en daarna—wij wenden ons bescheiden af, maar een welbekend geluid treft ons oor, en een minuut later doet Mary zachtjes het hek dicht en verdwijnt de trappen af naar het onderhuis. De jonge man wacht nog even bij den hoek, steekt dan zijn pijp op en loopt voorbij het huis van het square. Ik denk, dat hij nog eens naar dien politieman gaat kijken.

In het felle licht van een zonnigen namiddag komen een gewoon paar verliefden hand in hand langs den buitenkant van Regent’s Park aanwandelen. Wat is dat meisje trotsch op den gebronsden zeeman aan haar zijde! Hij is van Portsmouth gekomen, om haar te zien, en zij heeft een dag vrij gekregen van de fabriek en loopt als op wolken. Er is ridderlijkheid zoowel als hartelijkheid in de vrijage van een jongen matroos. Jack Tar heeft niet het allesveroverende voorkomen van den Adonis in het rood, en hij is niet zoo druk bezig met het draaien aan zijn knevel en het tikken met zijn stokje. De zeeman en zijn meisje zijn op weg naar de Zoo, en daar zal Jack met zijn meisje aan den arm naar de vreemde dieren kijken en haar vertellen van de verre landen, waar hij heen gevaren is en ook zulke beesten heeft gezien, niet in ijzeren kooien, maar in hun eigen legerplaatsen. En Jack is royaal met zijn geld en tracteert zijn liefje met groote gulheid. Als de namiddag voorbij is, en zij vermoeid is, zal hij een hansom voor haar nemen en na de thee, als ze in een klein café zitten, doet hij het voorstel, om naar een concert te gaan. In de music-hall heeft hij verbazend veel pleizier en houdt de hand van zijn meisje liefdevol vast al den tijd, en drukt die steviger, als de schoone dame zingt van geliefden, die elkaar trouw blijven, ofschoon de zeeën hen scheiden. Dan ’s avonds brengt hij haar naar haar moeders deur en hartelijk kust hij haar luid, dat allen het mogen hooren, waarna hij weglaveert naar het andere einde van de stad, waar zijn oude moeder opzit, om op hem te wachten. En ge kunt er zeker van wezen, dat toen hij dien middag in een winkel ging, om een klein presentje te koopen voor zijn meisje, dat Jack toen zijn moeder niet vergat. Hij heeft iets in zijn zak, waarmee hij het oudje verrassen zal, als hij gaat zitten bij zijn boterham met kaas en komkommer en het groote glas bier, dat al van elf uur af op hem hebben staan wachten.

Verliefde jongens en meisjes van de Londensche straten zijn in hun volle glorie op Bank Holiday. Dat is de dag, waarop de knaap met de eerste flauwe teekenen van een knevel zich in zijn nieuw licht pak steekt en een paar geelbruine laarzen aantrekt. Hij telt het kopergeld, dat hem nog overblijft na de uitgaven voor zijn toilet en inviteert het meisje van zijn hart, om met hem naar Hampstead Heath te gaan. Hampstead is bepaald het oord van voorkeur voor den knaap-vrijer, omdat er geen entrée is te betalen en de vertooningen er maar een penny kosten en geen sixpence. Zijn liefje heeft niet veel aan haar toilet ten koste gelegd, maar zij is meestal netjes en heeft handig gebruik gemaakt van haar vingers, door nieuw lint te zetten op een ouden hoed, en ze zal ook wel een oude jurk hebben opgeknapt, zoodat ze als nieuw leek. De schoenen zijn in den regel een zwak punt voor het verliefde meisje, dat op Bank Holiday uitgaat. Laarzen zijn een gruwelijk ding voor velen van ons, maar als ge in de week zoo weinig verdient, moet een enkel paar lang dienst doen.

Maar de knaap-minnaar ziet niet zoo nauw toe in zake de schoenen, als zijn meisje maar knap is, wat den hoed aangaat. Hij is op zijn manier een goede jongen voor haar, en juist zoo teeder en liefhebbend, als jongens kunnen zijn. Hij duwt haar bij wijze van een grapje met een geweld, dat een welopgevoed meisje voor een heftigen aanval zou houden. Maar Sally heeft er wel schik in en geeft duwen terug onder vroolijk geschreeuw. In zake ververschingen is Tom zoo royaal, als hij maar kan. Hij tracteert zijn meisje op voor een stuiver zoetigheid, en op de Heath deelen ze een portie ijs, bijten samen in een appel en drinken samen een fleschje gemberbier.

Met Jack in den Dierentuin.
Met Jack in den Dierentuin.

Met Jack in den Dierentuin.

Sentimentaliteit is er niet veel tusschen zoo’n knaap-vrijer en zijn meisje. Zij zijn nog kinderen en ze stoeien en plukharen. Tegen den avond, als ze teruggaan naar het kleine zijstraatje, waar ze wonen, hebben ze misschien hun armen elkaar om den hals geslagen, maar dat is maar grootdoenerij. Zij willen de volwassenen nadoen. Hij vindt, dat de voorbijgaande jongens moeten zien, dat het niet zijn zuster is, maar zijn meisje; en zij is erop gesteld, dat alle vrouwelijke kennissen weten moeten, dat zij groot genoeg is, om een vrijer te hebben.

Bij het voorhekje van de villa in de voorstad staan een paar gelieven afscheid te nemen. Het is het uur, waarop het niet voegzaam is voor de dochters des huizes om buiten te zijn, en het is tijd, om te scheiden. De avondwandeling in de laan in de buurt is voorbij. Ze zijn verloofden. Maar de jonge man weet, dat de broers en zusters van zijn verloofde niet gesteld zijn op de al te drukke visites en de aanwezigheid van een geëngageerd paar, en bovendien heeft hij nog een heel eind voor zich, om thuis bij zijn familie te komen, terwijl hij iederen morgen om acht uur in de City moet zijn. Dus is het tienuursklokje sein tot afscheid nemen, maar het talmen aan het hekje is altijd prettig en moeilijk om mee uit te scheiden.

Nadat zij een eindje den voortuin is binnengegaan, loopt ze niet door langs het paadje naar de huisdeur. Zij leunt even op het hekje en ze kijken nog eens weer in elkanders oogen, genietend van het zwijgen der liefde.

Maar ten laatste verbreekt zij de bekoring. “Ik moet gaan, Frank”, zegt ze. Toen buigt ze haar mooi gezichtje over het hekje en hij bukt zich en hun lippen ontmoeten elkaar. Dan vlug vliegt er een licht kleedje in het halfduister over het paadje. Hij kijkt ernaar, tot het verdwenen is. Dan zegt hij luid tot zichzelven: “Lieveling!” en flink stapt hij op, om zijn anderhalve mijl wandelens af te leggen. En de herinnering aan dien afscheidskus gaat met hem en herschept den stoffigen weg in een pad van rozen.

Het geluid van militaire muziek doet zich hooren in de vroege morgenlucht en er is een druk geloop van vrouwvolk naar de vensters. Het is nog te vroeg, dan dat de gezinnen al op zouden zijn in deze aristocratische buurt, dus gaan de dienstboden staan aan het raam van de eetkamer, en sommigen vliegen de trap op naar hun eigen kamertjes, om een beter gezicht te hebben.

De Life Guards zijn op een morgenrit, en ze gaan uit met muziek. Er is een hoofd te zien aan ieder bovenvenster en eruit kijkt meestal een gezichtje met een wit mutsje erboven.

De meeste soldaten kijken naar boven en glimlachen. Mars is nooit ongevoelig voor den blik der schoonheid, en is geneigd vriendelijk te lachen tegen dames, aan wie hij niet is voorgesteld.

Aan één raam boven is een aardig gezichtje geheel door glimlachjes ingenomen. Jenny, de kamermeid, weet, dat haar beminde, trooper Thomson, bij het regiment is en naar haar zal uitzien. En trooper Thomson weet precies waar Jenny zal wezen; ze heeft het hem verteld, toen ze den vorigen avond in Wellington Road afscheid namen. Thomson is een knappe vent met een mooien knevel, dien Jenny onverbeterlijk vindt. Misschien is hij niet precies zoo verliefd op Jenny, als zij het is op hem, maar hij maakt haar niet jaloersch, door tegen alle andere meiden te lachen, zooals sommigen van zijn kameraden doen. Hij kijkt recht voor zich uit, zonder op de bewonderende blikken te letten, die op hem worden geworpen, tot hij bij Jenny’s huis komt. Dan heft hij zijn hoofd op en lacht en knikt, en Jenny is in den zevenden hemel van verrukking. Zij is verloofd met Thomson en denkt met hem te trouwen. Het moet noodzakelijk een lang engagement zijn; maar dat is niets; zij verdient een goed loon en geeft aan haar soldaat aardige cadeautjes, pijpen en tabakzakjes en sigaren en al die soort van dingen, en Jenny is naar het bal in de kazerne geweest en leefde er in een sprookjesland, want haar mooie beminde in het rood danste iederen dans met haar. En ze telt de uren, wanneer het weer haar uitgaans-Zondag is, dat ze met haar mooien galant kan wandelen en in het park zitten of hem op een music-hallbezoek kan trakteeren.

Wanneer ze, als ze met hem loopt, de meisjes ziet omkijken en zijdelingsche blikken van bewondering op haar held werpen, lacht ze eens schuw en drukt zijn arm een beetje vaster, als om volkomen bezit uit te drukken, en ze denkt, dat ze het gelukkigste meisje in de wereld is. Zij is een braaf meisje en ze zal een hardwerkende, zelfopofferende vrouw worden. Laat ons hopen, dat Thomson de liefde, die hij heeft gewonnen, op prijs stellen zal en dat Jenny nooit berouw zal gevoelen over haar liefde voor een rood pakje.

De glorie van het park
De glorie van het park

De glorie van het park

Het is een lange wandeling door het Liefdeland, want in het Noorden en het Zuiden, in het Oosten en het Westen vinden we de oude historie weer. Naar het drukke theehuis, waar handige Phylissen van tafeltje tot tafeltje dribbelen, gaat nu en dan de trouwe minnaar en ze wisselen een paar woorden van teedere begroeting, als zij hem zijn broodje of zijn kop thee of koffie brengt. En al de meisjes in de inrichting weten, dat de jonge man de beminde van Phyllis is, en als hij weg is, praten ze vol sympathie tot haar over hem en feliciteeren haar met zijn trouw, dat hij zoo vaak naar haar toe komt. De minnaar van de juffrouw in het buffet kan niet zoo lang blijven in de tegenwoordigheid van zijn meisje, want de caféhouder heeft een scherp oog en moedigt de liefde niet aan, die in den regel het meisje minder spraakzaam en vriendelijk maakt voor de betalende gasten.

Dan zijn er nog de mode-minnaars, die naast elkaar in de Row rijden, en de gewone minnaars uit de werkmansklasse, die een eerlijk, hardwerkend meisje vrijen en trouwen en even trotsch op haar zijn als de niet meer zeer jonge hertog, die de eerste schoonheid van het seizoen naar het altaar leidt.

En dan zijn er de oude paren, die we arm in arm ontmoeten, met gelukkige, glimlachende gezichten onder hun kroon van zilveren haren, mannen en vrouwen, die elkanders lief en leed van der jeugd af hebben gedeeld en die nu op den avond van hun welbesteden levensdag nog geliefden zijn.

En Londen is een plaats, waar verbazend veel getrouwd wordt; in zoo ver is het een heel andere plek dan de hemel, dat er nergens zooveel ten huwelijk gegeven en ten huwelijk genomen wordt, als in Engelands hoofdstad. De huwelijksstatistieken wijzen uit, dat bij alle andere groote steden in de wereld vergeleken, Londen het gunstigst of, uit het oogpunt van den tegenstander van het huwelijk, het ongunstigst staat aangeschreven. Zelfs in de hoofdstad van het land der Sterren en Strepen zijn het aantal en de verscheidenheid der huwelijken niet grooter dan in Londen. In geen enkele europeesche stad kan een huwelijk met zoo weinig kosten worden voltrokken en met zoo weinig omslag als in Londen, en aan de andere zijde met meer pracht en staatsie en tegen grootere financiëele offers.

Elke soort van trouwpartij oefent een wondere bekoring op de menigte in Londen, onverschillig of het geldt een huwelijk in den klassieken tempel van Hymen, St. George’s Hanover Square of een in de nu deftiger St. Paul’s, Knightsbridge; alsook in de prozaïsche omgeving, waarin het burgerlijk huwelijk wordt voltrokken, altijd zijn er kijkers in overvloed. Een werkelijk groot huwelijk, een, waarbij de partijen bekend zijn in de staatkundige of maatschappelijke wereld, brengt duizenden nieuwsgierigen samen, en geduldig zullen ze uren staan buiten de kerk, waar de plechtigheid zal plaats hebben, om straks even een oog te mogen slaan op de blozende bruid en den ridderlijken bruidegom; en weinig mannen en vrouwen, die naar hun dagelijksch werk of naar een plaats van uitspanning op weg zijn, gaan verder, zonder even stil te staan, als ook maar een eenvoudige bruiloft passeert.

Deftige trouwpartij in St. Paul’s Knightsbridge
Deftige trouwpartij in St. Paul’s Knightsbridge

Deftige trouwpartij in St. Paul’s Knightsbridge

Zooals wij zeiden, is thans St. Paul’s, Knightsbridge, de deftigste kerk; maar die voorname dames, die door gevoel en traditie meer tot de 19de dan tot de 20ste eeuw behooren, geven nog de voorkeur aan St. George’s, Hanover Square, en geen andere kerk in Londen kan een zoo interessant huwelijksregister vertoonen, want daar hadden de meeste der aanzienlijkste huwelijken uit de periode van koningin Victoria plaats. In St. Paul’s werd voor het eerst toestemming gegeven tot de repetities, die nu aan sommige huwelijken in de groote wereld voorafgaan. Velen van diegenen, die de rustige manier bewonderen, waarop niet enkel bruid en bruidegom, maar de geheele bruidspartij de niet weinig ingewikkelde plechtigheid uitvoeren, weten niet, dat elke stap der handeling, met uitzondering van de eigenlijke huwelijksvoltrekking, zorgvuldig gerepeteerd is door het geheele gezelschap.

In de laatste jaren hebben bloemen een steeds grooter aandeel gekregen aan de huwelijken in de groote wereld; sommen, die afwisselen tusschen honderd en duizend pond sterling worden uitgegeven voor de versiering met bloemen van de kerk en het huis, waar de receptie wordt gegeven. Het wordt ook gewoonte, dat bruid en bruidegom een stuk zilverwerk cadeau geven aan de kerk, waar ze trouwen. Nog niet lang geleden was het gebruik, dat er gedurende de plechtigheid een vrij uitvoerig muziekprogramma werd uitgevoerd, maar dat was in de dagen toen deftige huwelijken nog in den morgen werden voltrokken; tegenwoordig is de eigenlijke dienst zoo kort mogelijk.

Bij militaire huwelijken is een aantrekkelijkheid de aanwezigheid in volle uniform van officieren en leden van des bruidegoms regiment. Lange, welgeproportionneerde officieren worden dan gekozen, om langs de zijden in de kerk te staan, en hun vuurroode uniformen zijn een schitterende achtergrond voor den bruidsstoet.

In scherpe tegenstelling tot een huwelijk in het West End van Londen is de plechtigheid, die ten oosten van St. Paul wordt voltrokken in de armere wijken van de groote stad. Zulk een huwelijksvoltrekking van vele paren te zamen geeft een goed denkbeeld van het leven in de armoedige sloppen. Er waren vroeger predikanten, die er zich op lieten voorstaan, dat ze zoo snel veel paren in den echt konden verbinden. Dat deed bijvoorbeeld de bekende Alexander Keith, dominee van St. George’s Chapel, Hyde Park Corner. Bij een bepaalde gelegenheid in Maart 1754 trouwde hij zestig paren, een dagrecord, waarvoor zelfs verbleekt dat van den Reverend Arthur W. Jephson van St. John’s, Walworth, die toch in den loop van zijn ambtsvervulling meer dan 8000 paren heeft vereenigd. De heer Jephson is een hardwerkend predikant en het is zijn ongeluk, niet zijn schuld, dat hij soms niet minder dan vier-en-veertig paren heeft getrouwd met precies dezelfde preek.

Joodsche bruiloft.
Joodsche bruiloft.

Joodsche bruiloft.

Tegenwoordig wordt het trouwen bij groepen minder gedaan, omdat de geestelijken ertegen zijn; maar er was een tijd, toen de stuivershuwelijken, waarbij elk der contracteerende partijen die bescheiden som had te betalen voor het voorrecht, het huwelijksjuk te mogen torsen, druk werden aangemoedigd. Het stuivershuwelijk behoort tot het verleden; zes shillings is nu de laagste prijs, en er worden nog een massa huwelijken van dien aard gesloten, vooral met Kerstmis, Paschen en Pinksteren en op Bank Holiday in Augustus.

Minder interessant, omdat ze minder schilderachtig zijn, maar uit het oogpunt van talrijkheid niet minder belangrijk, zijn de londensche huwelijken, die voor den ambtenaar worden gesloten. Een toenemend aantal menschen, die erop gesteld zijn alles rustig en zonder opzien te doen plaats hebben, en ook begeerig, zich de onkosten te besparen, die met het kerkelijk trouwen samengaan, worden nu door den ambtenaar in het Registrar’s Office getrouwd. Op die kantoren kan men u verhalen doen van tallooze pathetische en grappige tooneelen, die er zijn afgespeeld. Daarbij heeft de ambtenaar het voorrecht, zijn klanten veel meer op hun gemak te zien dan ze tegenover een geestelijke zouden durven te zijn. De bruidegom uit de lagere klassen weet wel, dat als hij tegenover den ambtenaar staat, hij te doen heeft met een betaald persoon, die door den staat bezoldigd wordt en het hindert, naar zijn idee, niet, als hij moeite geeft of last.

Het gebeurt niet zelden, dat een jong werkman om inlichtingen komt en, nadat alle formaliteiten hebben plaats gehad, behalve die van het betalen, er toevallig bijvoegt, dat hij nog niet weet, of hij de toestemming zal krijgen van zijn toekomstige bruid, daar hij haar de gewichtige vraag nog niet heeft gedaan! Zoo komt ook soms de uitverkoren bruid de verlangde stukken brengen en heeft het geld klaar, maar op het laatste oogenblik komt haar bruidegom en ze kan hem niet overhalen, zijn aandeel in het contract te dragen.

De vorm van het huwelijk, bij de Kwakers in gebruik, is bij uitstek eenvoudig; er is geen dienstdoend predikant, want de partijen trouwen feitelijk zichzelven door eenige woorden uit te spreken, die schoon en ernstig klinken en een symbool kunnen zijn van al wat de huwelijksplechtigheid inhoudt.

Het Leger des Heils heeft altijd veel gehecht aan de trouwplechtigheid, en een huwelijk wordt gewoonlijk de aanleiding tot een groot vertoon. De eigenlijke voltrekking duurt lang en heeft met veel omslag plaats, want er zijn zeven huwelijksartikelen, die aan de contracteerende partijen moeten worden voorgelezen, vóór bruid en bruidegom de hen verbindende woorden spreken. In elk dier artikelen wordt melding gemaakt van het Heilsleger, en beide, bruid en bruidegom beloven plechtig, nooit tusschenbeide te komen in het werk, dat de ander voor het Leger doet of iets anders te doen dan hem of haar te helpen bij dat werk. De voltrekker van de verbintenis is gewoonlijk de commandeerende officier van het regiment, waar de partijen toe behooren. Geen grapjes, als het werpen van rijst of iets anders, is bij een huwelijk in het Heilsleger geoorloofd.

Een huwelijksinzegening bij het Leger des Heils.
Een huwelijksinzegening bij het Leger des Heils.

Een huwelijksinzegening bij het Leger des Heils.

Elke godsdienstige vereeniging heeft natuurlijk haar eigen vormen en plechtigheden voor het huwelijk. Misschien zijn het schilderachtigst en het meest individueel die, welke plaats hebben bij een joodsche bruiloft. De dienst bij een huwelijk in de joodsche kerk verschilt in menig opzicht van dien der Kerk van Engeland. Hij omvat het voorlezen van het huwelijkscontract of de Kethubah, waar de mooie woorden in voorkomen: “Ik wil voor u werken, u eeren, u steunen en voor u zorgen, naar het gebruik onder joodsche mannen, die voor hun vrouwen werken, ze eeren, steunen en voor haar zorgen”. Het costuum van de joodsche bruid is gelijk aan dat van haar christelijke zuster; maar de bruidegom draagt gedurende de gansche plechtigheid zijn hoed, daar de jood geen gebed uitspreekt met ongedekten hoofde. Tijdens de plechtigheid staan de beide partijen onder den troonhemel, die Tsjoepah wordt genoemd, en die troonhemel is soms prachtig versierd met witte bloemen.

De formule, die in woorden wordt vervat, is zeer kort bij Roomsch-Katholieke huwelijken, en in geval van een gemengd huwelijk, dus als een van de partijen protestantsch is, wordt de dienst teruggebracht tot de kortste en vlugst afgeloopen vormen, en er wordt geen muziek gemaakt. Aan den anderen kant is een groot Roomsch-Katholiek huwelijk in een hoofdkerk zeer indrukwekkend, en gaat met meer vormelijkheden en ceremoniën gepaard, terwijl het ook veel langer duurt dan een dergelijke plechtigheid in St. Paul’s, Knightsbridge. Een der schilderachtigste Roomsch-Katholieke huwelijken, dat ooit in Londen plaats had, was het huwelijk per bicycle, dat gevierd werd in Notre Dame de France, Leicester Square. Het gelukkige paar reed naar de kerk van een naburige restauratie op een tandem, die bekoorlijk versierd was met oranjebloesem en wit satijnen linten. Zij werden gevolgd door hun vrienden, gezeten op zestien enkele fietsen en twaalf tandems, en het behoeft nauwelijks gezegd, door een onmetelijke schare toeschouwers. De bruid droeg de ouderwetsche, wit satijnen trouwjapon met tulen sluier, en de bruidegom een rok en hoogen hoed.

Zonder twijfel krijgen wij in den loop van deze eeuw auto-trouwpartijen, en er zullen wel onder ons zijn, die huwelijken per luchtballon beleven. Maar hoe ook de sluiting van het huwelijk plaats hebbe, er is groote kans, dat binnen niet al te langen tijd op de plechtigheid van het trouwen die van het doopen volgt, en ook deze heeft op allerlei verschillende manieren in de groote wereldstad plaats.

De Chapel Royal, St. James’s aanschouwt menige deftige dooppartij, en dat doet ook All Saint’s Church, Knightsbridge. De meest geliefde tijd is kort na den lunch. De gasten gaan dan naar het huis terug, om thee te drinken, bij welke gezellige en onvormelijke bijeenkomst een mooie en lekkere koek wordt opgedischt, waarop in groote letters Baby’s naam en geboortedatum zijn te zien, en waarvan een gevoelige mama wel eens een snede bewaart, om er haar lieveling in later jaren van te laten proeven.

De plechtigheid in de kerk is niet lang en niet erg treffend. De familie en de vrienden groepeeren zich rondom het doopbekken. De peettante geeft de baby, als het tijd is, aan den dienstdoenden geestelijke—een vreeselijk oogenblik voor den jongen curate—en de peetoom geeft antwoord op de vraag naar den naam van het kind. De dominee sprenkelt een paar droppels water op het gezichtje uit een op zilveren voet staande gebeeldhouwde schelp.

De rijtuigen brengen het doopgezelschap terug naar het huis, of als ze uiteengaan, zullen ze elkaar waarschijnlijk terugzien aan een groot diner, gegeven ter eere van den zoon en erfgenaam. Baby is sierlijk uitgedost voor de gelegenheid, en Baby’s cadeaux worden vertoond, terwijl de Nurse, één en al glimlach, geen extra’tje versmaadt, dat bescheiden in haar hand glijdt.

Wat de dooppresenten aangaat, een zilveren kroesje is niet langer het eenige, dat zich voordoet; rijke peten schenken een flinke som geld of maken de bepaling, dat het kind een sommetje als zakgeld zal ontvangen op elken verjaardag tot den 21sten. Een aardig doopcadeau is een gouden medaillonnetje met het teeken van den dierenriem, waaronder het kindje is geboren. Dat draagt het engeltje altijd om den hals aan een fijn kettinkje, en het moet geluk aanbrengen.

Nieuwerwetsche baker
Nieuwerwetsche baker

Nieuwerwetsche baker

Er is geen trompetgeschal, als een kindje uit een slop in den boezem der kerk wordt opgenomen. Hij komt aan, opgerold in een oude shawl en met een geleend doopkleed. In sommige gemeenten, als Poplar en Westminster, zijn er avondbijeenkomsten voor doopen, omdat de werkers anders geen tijd hebben. Loop er eens binnen op een Woensdagavond omstreeks half acht; dan treft ge misschien een predikant, twee vrouwen en een baby, die om het doopvont staan in een stille, flauw verlichte kerk. Peten? Wel, Albert Edward heeft ten minste een peettante; maar zijn peetooms zijn afwezig, en daar hij een wijs kind is, slaapt hij rustig door de heele plechtigheid heen.

Zondagnamiddag is zeer in de mode voor doopen in bevolkte wijken. Dan wachten den dienstdoenden dominee soms een half dozijn baby’s, zoo fraai uitgedost als de trotsche moeders kunnen bijbrengen. Een, die geen aardigheid aan de plechtigheid heeft, begint te schreien, de anderen volgen, en des dominee’s stem gaat onder in een koor van geween. Arme stumpertjes, ze voelen denkelijk de hardheid des levens vooruit.

Ouderwetsche baker.
Ouderwetsche baker.

Ouderwetsche baker.

Een lange schotsche predikant treedt ginds een huis binnen, om er een baby te doopen, en de familie en vrienden zitten er al voor in het salon. Ze staan op, als hij binnenkomt in zijn gewone jas, en de korte, eenvoudige plechtigheid begint. Een wit tafellaken is op de tafel uitgespreid, en een familiebowl, een oud zilveren stuk, dient voor heiliger doel dan dat, waar hij oorspronkelijk voor was bestemd. Een moeilijk oogenblik komt voor den vader, als hij staande, terwijl de anderen zitten, een plechtig aanspraakje van den predikant moet aanhooren, waarin hem zijn plichten ten opzichte van het kind worden voorgehouden. Dan legt de moeder Baby in de armen van haar echtgenoot, en hij houdt het den dominee voor.

En om nu nog even naar den top van de ladder terug te keeren, baby’s mogen allen gelijk wezen, zooals een ketterij van mannen beweert, hun doopen is niet gelijk, zooals wij hebben gezien, en zoo is de baby in de hoogstgeplaatste kringen ook niet altijd stil, als dat van hem wordt verlangd. Hij wordt gedragen door een nurse in het wit. Zij draagt het vorstelijk kind, terwijl voor haar uit een gepoederde lakei gaat. Als ze bij de deur van de zaal zijn gekomen, voor de plechtigheid bestemd, is daar reeds een doorluchtig gezelschap bijeen; een dame, die dienst heeft, neemt het kostbare kindje over en de doopdienst begint. Dan biedt zij baby aan de koningin aan, eerste peettante, en Haar Majesteit reikt het kindje op het voorgeschreven moment over aan den aartsbisschop van Canterbury. De vorstentelg wordt gedoopt met water uit de Jordaan, terwijl de doopvont een gouden bowl is van sierlijken vorm en prachtig bewerkt, welke schaal gebruikt wordt voor alle koninklijke kinderen, geboren in het Vereenigd Koninkrijk. Daaromheen staan de peten gegroepeerd naar hun rang. Onnoodig te zeggen, dat de held van den dag altijd gekleed is in de fijnste stoffen, niets is te goed voor hem; maar alles is wit gehouden. Echte kant speelt er een hoofdrol bij. In enkele aanzienlijke familiën wordt een historisch geworden doopkleed gebruikt en altijd met de grootste zorg bewaard.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings