Note 64 — AEN DEN LEEUW VAN HOLLANT.
Reading edition
In den jare 1829 verscheen te Brussel64 een werkje van Alex. de Stappers, Mémoire sur le desséchement du lac de Harlem, et sa conversion en forêt. De schrijver zegt in het Voorberigt, dat hij in Mei 1829 aan het Gouvernement het voorstel heeft gedaan, om aan hem voor altijd het Meer en eenige nabijgelegene plassen af te staan, ten einde ze door eene Maatschappij, zamengesteld uit 12000 Aandelen, ieder van ƒ 500.—, droog te maken, en wel door middel der pompen, voor welke hij op den 9den dier maand een Octrooi van uitvinding gedurende 15 jaren heeft bekomen. Hij stelt voor, tusschen Bennebroek en Lis een Kanaal naar de Noord-Zee te graven, om, in geval de sluizen van Katwijk en Sparendam niet voldoende mogten zijn, door hetzelve het water van het Meer en van Rhijnland te doen afloopen. Een groot gedeelte van het drooggemaakte Meer wil hij in bosch herscheppen, en geeft hoog op van de voordeelen, die de droogmaking zou opleveren. De politieke omstandigheden schijnen den Heer Stappers te hebben belet, verdere pogingen ter bereiking van zijn doel in het werk te stellen. Het werkje, schoon wat winderig, is niet onbelangrijk.