← Table of contents
Het Haarlemmer-Meer-Boek

Note 86 — AEN DEN LEEUW VAN HOLLANT. (continued 2)

Reading edition

»Aan den Koning, aan de Staten van het gewest, aan Rhijnland is hulp verzocht tegen het gevaar, waarin het land, tusschen het IJ en het Haarlemmermeer gelegen, verkeert. De Koning, de Staten van het gewest hebben zich hulpvaardig betoond: ook de onderhavige wet is een bewijs van de gezindheid der Hooge Regering om te helpen; maar de wijze, waarop het droogmaken van het Meer wordt voorgesteld, is niet voldoende, om het gevaar te weren. Ook behoeft men hier geene proefnemingen te doen, waar men zich met genoegzame zekerheid tegen de kwade gevolgen, welke uit de onderneming voor Rhijnlands boezem gevreesd worden, kan waarborgen. Het gevaar, dat men in het verkleinen van dien boezem door het droogmaken van het Meer veronderstelt, moet door andere middelen worden weggenomen, dan door het onaangeroerd laten van het Spieringmeer; want om dit aan die bedoeling te doen beantwoorden, zoude het voor de polders, die tegen den Haarlemmerweg gelegen zijn, en voor den toekomstigen polder zelven, dubbel gevaarlijk worden. Ik eindig dus met den wensch, dat, welke ook de gevolgen van het tegenwoordig ontwerp van wet zijn, het Z. M. den Koning moge behagen, dit punt in bijzondere overweging te nemen86”.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings