← Table of contents
Het Eiland Vlieland en Zijne Bewoners

Note 2 — TWEEDE HOOFDSTUK.

Reading edition

Oost-Vlieland was, vooral ten tijde van deszelfs vroegeren bloei, toen het uit drie regte straten bestond, een regt bevallig, wel bebouwd dorp. Het bestaat thans voornamelijk uit eene regte straat, welker plaveisel in het midden vervangen is door een Mac-Adam en ter wederzijde beplant met hoog opgaande boomen. Deze hoofdstraat bestaat eigenlijk uit eenen breeden rijweg, ter weder zijde waarvan zich een breed bestraat voetpad2 uitstrekt, dat door de genoemde boomen van den rijweg is afgescheiden. Wel verre echter, dat deze plaats zich nog in vroegere welvaart verblijden mag, verkeert het thans in eenen armelijken en meer vervallen toestand. Men vindt er even buiten de dorpskern aan den voet der duinen, een groote waterput, welke voor 1600 personen, zeer gezond water kan bevatten, en waaruit de schepen zich, vroeger echter veel meer dan thans, meermalen van het noodige drinkwater voorzien. Behalve deze, zijn er in het midden der Groote of Langestraat nog drie brandputten, welke hier in geval van brand ten eene male onmisbaar zijn.3 De kom van het dorp bevat circa 120 huizen die meestal van rooden steen opgetrokken, en over het geheel ruim zijn gerigt. De bevolking, welke bijna geheel Hervormd is, maakt met de overige bewoners des eilands ééne Gemeente uit, welke tot de Classis van Alkmaar, Ring der eilanden, behoort, en ongeveer 650 zielen telt, waarvan 300 Ledematen. De eerste predikant die hier in de toenmaals gecombineerde Gemeenten van Oost- en West-Vlieland het leeraarsambt bekleedde, was Willem Gillesz., die, alhier beroepen in 1575, in 1577 ontslagen werd. De beide gemeenten werden eenige jaren later gescheiden, en wel, tijdens de dienst van den predikant Hendrik Pieters Dockman, die, in 1583 herwaarts beroepen, in 1597 naar Venhuizen vertrok. In 1598 bekwam Oost-Vlieland alléén tot herder en leeraar, Ds. Jan Dibbitsz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings