← Table of contents
Het Eiland Vlieland en Zijne Bewoners

Note 14 — ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND VLIELAND.

Reading edition

Vroeger vond men in de reeds genoemde valleijen, hier en daar eenig groen. Dan, door de hevige stormen die in 1834, 1835 en 1836 plaats grepen, werd het ten eenen male, door verstuivingen, onder het zand bedolven14. Ook de Helianthenum, die hier vroeger welig tierde, is geheel verdwenen. De grond is echter voor vele soorten van houtgewas geschikt; terwijl men zich sedert 1843, meer algemeen op den verbouw der aardappelen heeft toegelegd, welke zeer voldoende resultaten oplevert: de vrucht is van uitmuntende hoedanigheid. Men heeft er twee velden, het Oostersche- en het Westersche Veld geheeten, waarvan het laatste telken jare, door afkabbeling der zee, kleiner van omvang wordt. De uitgestrektheid dezer velden is nogthans ter naauwernood toereikend voor het onderhoud van een twintigtal runderen en paarden welke met een veertigtal geiten, den algeheelen veestapel van dit eiland uitmaken. De grond is echter niet geschikt voor de schapenfokkerij, dewijl deze dieren er bijna allen ongans (ziek) worden. Het noodige hooi kan hier, bij gemis van genoegzaam gras-land, evenmin gewonnen worden; zoodat dit van elders moet worden aangevoerd. Dit is dan ook het geval met de meeste levensmiddelen, manufacturen en brandstoffen, welke meerendeels van Harlingen aangebragt, of wel, door eigen schippers van dáár gehaald worden, en waarvan ieder huisgezin zich tegen den winter moet voorzien, even als of men eene lange zeereis gaat ondernemen; tot het doen van welke proviandering men hier nog te meer verpligt is, omdat men bij ijsgang of bij langdurige winters meermaals langen tijd van het verkeer met den vasten wal verstoken is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings