← Table of contents
Het Eiland Vlieland en Zijne Bewoners

Note 12 — ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND VLIELAND.

Reading edition

Vlieland’s bodem, geheel uit zandgrond bestaande, neemt vooral aan den Noordkant zeer sterk af, welke afneming, indien zij zoo voortgaat, als dit in de laatste honderd, of zelfs gedurende de jongstverloopene vijftig jaren het geval was, met grond vreezen doet, dat de Noordzee zich te dezer plaatse eenen nieuwen en zeer gevaarlijken doortogt naar de Zuiderzee banen zal, iets, dat met betrekking tot de daaraan grenzende provinciën, de meeste bekommering baren moet, zoo dit gevaar niet bij tijds door de noodige maatregelen van voorzorg wordt afgekeerd12. Van groot belang is daarom de duinbeplanting met helmriet. „Het is,” zegt zeker schrijver, „bijna onbegrijpelijk hoe (Vlieland) dus zijn behoud in dit opzigt, niet aan millioenen schats, maar aan deze plant en aan eenige bossen stroo en dunne takjes, waarin het helmriet vastgezet wordt, te danken heeft, dewijl opene vlakten daardoor thans van bevestigde duinen voorzien zijn. Door de aanplanting van dit helmriet, welks lange taaije en vezelachtige wortelen zich, al kruipende, soms wel zes voeten verre om zich heen in het dorre zand uitbreiden, worden de duinen middellijk voor verstuiving bewaard; terwijl de grond bovendien, door verrotting en natuurlijke bemesting, van tijd tot tijd eenigzins vruchtbaarder wordende, aanleiding ontvangt, dat ook andere planten daarin ontkiemen en tot de vastheid van de anders losse zandheuvelen bijdragen, ten einde den sterksten stormen wederstand te bieden. De vermindering van de oppervlakte van dit eiland is vooral zigtbaar op eene kaart van Vlieland, welke ten jare 1795 door den landmeter Peereboom vervaardigd werd, vooral, wanneer men die grondteekening vergelijkt met de plaats waar het dorp West-Vlieland heeft gelegen. Doch, behalve dit een en ander, is er nog meer dat van Vlielands voormalige grootere uitgestrektheid getuigt. Zoo lag er, in het laatste gedeelte der voorgaande eeuw, op den Noordoosthoek, bij de groote doch onbeplante duin, het witte Lid genaamd, eene batterij, welke thans door de zee verzwolgen is13.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings