Note 21 — GEOGNOSTISCHE GESTELDHEID.
Reading edition
Deze daadzaak, dat de oudere alluviale formatie van Urk in zoet water is ontstaan, is niet onbelangrijk. Zij bewijst namelijk onwedersprekelijk, dat dit lage gedeelte zich eerst gevormd heeft, nadat, door de ophooging der noordelijke en westelijke kusten van ons vaderland, er een soort van wal was ontstaan, welke eene lagune omgaf, waarvan het meer Flevo, dat het zoete water uit één der Rijnarmen ontving, het laatste overblijfsel was21. Vóór dien tijd, en zelfs lang voor dat er iets van het tegenwoordige Noord- en Zuidholland en van het grootste deel van Friesland boven de zee verrezen was, of, met andere woorden, op een tijdstip, toen dit geheele gedeelte van ons vaderland nog zee was, lag reeds de diluviale kern van Urk in die zee, als een eilandje, dat echter, gelijk wij zagen, toen eene grootere uitgebreidheid had dan het tegenwoordige hoog liggend gedeelte. Eerst nadat de met zoet water gevulde lagune ontstaan was, werd die kern het steunpunt voor de latere alluviale formatie, terwijl nog later,—toen, ten gevolge van het weder wegspoelen der gronden, die vroeger het meer Flevo aan de Noordzijde omzoomden en van de zee afsloten, zich de Zuiderzee had gevormd,—het zee-alluvium ontstond, dat thans het zoetwater-alluvium als een gordel omgeeft.