Note 20 — GEOGNOSTISCHE GESTELDHEID.
Reading edition
Dat velen de gerolde rotsblokken, uit graniet enzv. bestaande, en welke niet alleen in ons vaderland, maar ook in Engeland en in het noorderdeel van Duitschland tot in Rusland toe, een zoo algemeen bestanddeel der diluviale formatie uitmaken, als uit Scandinavie afkomstig beschouwen, is genoeg bekend. Ook de geaardheid van vele der plutonische gesteenten stemt met dit gevoelen overeen. Vooreerst pleit daarvoor het zeer veelvuldig voorkomen der roode varieteiten van graniet, waarop ook reeds vroeger Hausmann20 zich beroepen heeft. Ten tweede, de tegenwoordigheid van schriftgraniet, en ten derde van labrador in sommige der syenieten. Zoowel het eene als de andere behooren, zoo al niet uitsluitend, toch vooral in het Noorden te huis. Eindelijk heb ik ook nog gelegenheid gehad de Urksche gesteenten te vergelijken met uit Noorwegen afkomstige rotsfragmenten in de verzameling van den heer F. C. C. Everts, predikant te Enkhuizen, en door hem zelven, tijdens zijn verblijf aan de Noorweegsche westkust, van de rotsen afgeslagen. Uit die vergelijking is mij gebleken, dat er werkelijk tusschen sommige der granieten, syenieten en gneisen zoo groote overeenkomst is, dat men hen voor van dezelfde rots zoude houden.