← Table of contents
Het eiland Seran en zijne bewoners

Note 5 — Zeden en Gewoonten.

Reading edition

Scheepvaart. Bijna iedere kustbewoner bevaart de zee en oefent de vischvangst uit. De prauwtjes zijn hoogst eenvoudig gekapt uit een enkelen boomstam en voorzien van vlerken. Dit is de prahoe séman (zeeman?) Een beter soort prauwen, uit planken vervaardigd, met scherpe kiel, heet „pakatora” en is door Ternatanen ingevoerd. Grootere prauwen voor handel op Amboina, heeten djoengkoe en orembaï;5 zeer eigenaardig is, dat bij het bouwen van eene groote orembaï men niet eerst op den kielbalk de inhouten en ribben bevestigt, om daar omheen de buitenhuid te leggen, doch eerst de buitenhuid bouwt en daarna pas de inhouten aanbrengt. Doordat de planken van den romp niet gebogen, doch gedeeltelijk krom gekapt worden (er is immers hout in overvloed) zoo is de samenstelling dezer prauwen, hoe eenvoudig ook, zeer sterk. De naden worden gestopt met „baroe” een zwam van den gĕmoetoeboom afkomstig, daarna worden zij van buiten dicht gesmeerd met kanarihars. Verder treft men verscheiden toekang’s aan, die een schoener van Europeesch model weten te vervaardigen, hier pennis (penas) genoemd, terwijl deze alsmede orembaï’s en djoengkoe’s op Europeesche wijze getuigd worden met zeilen van keperdoek.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings