EXTRACT UIT DE:
Reading edition
„Verdediginge van het Vrij eygen gekogte Regt van Civile en Criminele Justitie, over de Heerlijkheid Schiermonnikoog.—
„Onder alle volkeren van Europa Frieslandt geroemt werdende, te leven na de Roomsche Keizerlijke Wetten, en hare Land-regten en Statuten soo veel doenlijk conform deselve, volgens het goedvinden van Albert Hertog van Saxen, in den Jare 1499 in train gebragt, als noch in heilige Observantie zijnde, soo is het seer te verwonderen, dat men aldaar over een eijgen vrij gekogt Regt moet disputeren, ende wel over een regt van een stuk goed eertijds soo seer veragt, ende dat nooit het geringste gedeelte van die Provincie is geweest:
„Want, wanneer de Heerlijkheit van Schiermonnikoog nog in den eigendom van de Heeren Staten van Frieslandt was, en onder de Domainen van die Provincie behoorde, bestonde het alleen in eenige weinige visschers hutten, die van arme menschen wierden bewoont, sig met visschen generende, en jaarlijks voor de Provincie van Frieslandt niet meer opbragte dan seven â acht honderd Car. guldens, als geblijken kan uit de rekeningen der Domainen van die tijdt.”
„De reden waarom deselve daarbuijten is gelaten, is ogenschijnlijk dese, namentlijk de inconvenientie ten respecte van de verafgelegentheit, welke ondragelijke kosten voor dese arme visschers soude veroorsaken, ja boven haar vermogen gaan; of de kleijne aangelegentheit, om dat geen part of deel was van de Provincie, veel min ijets in de Staatsregeringe van Frieslandt te seggen hadde; of omdat het getal der Inwoonders doen ter tijdt soo kleijn was, dat het gemakkelijk door het Neder-gerechte van die Heerlijkheit konde worde in ordre gehouden, soo niet, bij de Heeren Staten als Eijgenaars wel middel in handen was, om het Regt ter executie te stellen; of om de noodtsakelijkheit, dat het ten tijde, wanneer het sig onder de Provincie van Frieslandt begeven heeft, sodanig is geconvenieert, want de eerste bewoonders sijn van geboorte Sweden geweest, die sig aldaar hebben neergeset: Derhalven doen ter tijd niet hebbende behoort onder de Provincie van Frieslandt, ofte de civile en criminele Jurisdictie van het selve aan het Hoog-gerechte van die Provincie gedemandeert, soo is het seer vreemt, dat nu dien te neffens eenige gedagten gemaakt worden; althans de Eijgenaars van de Heerlijkheit Schiermonnikoog bevinden sig genoegsaam in staat schoon er nu wel hondert en vijftig huijsgesinnen meer sijn, als ten tijde van de koop, om het Regt soo civil als crimineel sonder behulp van een ander Hoog-geregte te konnen administreren, in welke vrije administratie alsoo deselve geturbeert worden, is redelijk, dat sij, vermits de Jura met geen minder regt als de Landen gekogt hebben, ende door den koop tot haar patrimonieel goed behoren, ook dit haar vrij eijgen gekogt Regt defenderen; want sij besitten dese Heerlijkheit van Schiermonkoge, met alle deselve regten en præeminentien, uit welken hoofde ook de Eygenaars de lasten van de Jurisdictie moeten dragen,” al hetwelk ten koopbrief soo specifice staat uytgedrukt
„Dat de Heerlijkheid van Schiermonkoog met sulk een vrij eijgene civile en criminele Justitie verkogt is, behoeft niemant vreemt voor te komen, geconsidereert zijnde, dat het geschiet is op verzoek van Gecommitteerde Raden van Staaten, voorbehoudens den nooddwang uijt kragte van de reserve van Souverainiteit.”
„Aanmerkelijk is het, dat er geen een Dissentierende gevonden wort, of hij stelt vast en seker, dat aan de Heer Stachouwer Is Verkogt, ende in eygendom overgedragen de civile en criminele Jurisdictie, ook kan dat niet ontkent worden volgens de woorden van het Koop-brief en daar mede te doen en laten sulks een ijder met sijn vrij eijgen beoorlovet is.”
„Waaromme ook geen uijtsonderinge van sodanige Jurisdictiën plaats kan hebben, gelijk verscheijdene criminele Sententien bij den Eijgenaar van Schiermonkoog sijn ter executie gesteld, selve die aan den lijve ginge, waar inne hij door niemant oijt ofte oijt is belet of geturbeert.”—
„Also in Frieslandt geen andere Geregten bekent sijn, als Hoge en Lage, soo is het een ontegenseggelijke waarheijdt, dat de Heeren Staten ten tijde van de koop geen andere Jurisdictie konnen geseijt worden gehadt te hebben, als die hoogste is, welk Hoog-geregte de selve aan den Heer Stachouwer.”—
„Immers kan niet ontkent worden, dat de Heeren Staten hebben verkogt het gene haar eijgen was, ende geensins, dat de selve met een tweede gemeen hadden, nog veel minder dat Regt, dat een ander, namentlijk de Ingesetenen van de Heerlijkheijt toebehoorde, alwaaromme de Heeren Staten, hebbende een Souveraine Jurisdictie, geen andere konnen verstaan worden verkogt te hebben, als die de hare was.—
„Hier tegens kan niets ingebragt worden, want de Eijgenaars van de Heerlijkheijt Schiermonkoge sijn door de koop geworden ware Eijgenaars, soo van de Landen, als van de Regten, enz. sonder eenige conditie, bepalinge of reserve, gelijk de selve Eijgenaars in hare Deductie, aan de Heeren Staten van Frieslandt den 25 Februari 1737 gepresenteert, hebben aangetoont.
„Daarom is men geheel het spoor bijster, wanneer men de Heer van Schiermonkoog, als Eijgenaar van de civile en criminele Justitie van die Heerlijkheit, nogtans wat haar personen en patrimonieel goedt, selfs die soo vrij gekogte Heerlijkheid belangt, subject stelt onder de Hove van Frieslandt.—
„De woorden in den koopbrief vermelt, ende bij gevolge van dien aan de Generale Unie, expliceren genoegsaam wat Souverainiteit de Heeren verkoopers gereserveert hebben, namentlijk sodanige, die haar de magt en autoriteit gaf, om dese Heerlijkheit van Schiermonkoog te doen verblijven onder de Generale Unie, of onder sodanige aliantie, als de selve namaals verstonden; want voor de verkopinge als een geassocieerde Heerlijkheit mede begrepen onder de Generale Unie, was het in de magt niet van de Heeren Staten, sonder præjudicie deselve behalven dese reserve te verkopen.—
„Wat aangaat de comporatie van de Geregtigheden van het Hof van Hollandt ende de Heerlijkheden, in die Provincie gelegen, met het Regt van het Hof van Frieslandt, en het Regt van de Heer van Schiermonkoog, kan in dezen geen de minste applicatie hebben, van wegens het over groot verschil dat tusschen die beide is, namentlijk om dat de Hollandsche Heerlijkheden, leggen in die Provintie, en wel het grootste gedeelte van het Graafschap uijtmaken, als ook omdat die Heerlijkheden verkogt worden als feudale goederen met submissie van den Hove en Hoogen Raad, waar nog bij gevoegt moet worden, dat het met eene speciale expressie is uijtgedrukt in de Instructie van het Hof van Hollandt van den 20 Augusti 1531, Art. 7, 8 en 12, en bij de alteratie van eenige Articulen van de Instructie van den Leen-Hove van Hollant van den 2 Maij 1525, wort de Jurisdictie uijtgedrukt te sijn, over Heerlijkheden, hoge en lage, begraven Huijsen, Sloten of Jurisdictien, soo ook in de Ordonnantie van de Criminele Justitie van Konink Philip Anno 1570, Art. 14 en veele volgende: Waar vint men van dit alles de minste schijn in Frieslandt ten resspecte van de Heerlijkheit Schiermonkoog? ende om den onkundige nog verder op de regte weg te helpen, is werelt-kundig, dat de Eijgenaars van Heerlijkheden in Hollandt leden sijn van die Provintie, die het Hof van Hollandt als Opper-regters over haar hebben verkoren; men zie maar eens het accoord tusschen Hollandt en Zeelandt van den 8 November 1576, en verdrag van den 13 Augusti 1587, bestaande de geheele Staats-regeringe van Hollandt uit Heerlijkheden en Steden.
„Wat belangt de verscheidene gevallen van sententien, appoinchementen, citatien en exploicten, met vrijwillige toelatinge geaccordeert of sonder de selve geschiet, geven niet te kennen, dat het Hof van Frieslandt het Opper-gerigte heeft, over de Heerlijkheid Schiermonkoog.
„De eigenaars van Schiermonkoog weten, dat hare voorsaten tot drie verscheidene tijden sig nopens dit poinct (in contradictorio) hebben laten horen, eens in den jare 1648 den 4 Julij, wanneer het finaal appoinctement was: sal sig desen aangaande hebben te addresseren aan de Heer van de Heerlijkheit;—wederom in den Jare 1691, het Hof van Frieslandt Brieven van compusorien hebbende verleent, heeft den Eijgenaar van de Heerlijkheit van Schiermonkoog bij Exceptie sijn Regt aangetoont en gedeserdeert, welke exceptie tot nog toe niet afgedaan sijnde, hebben de verleende brieven van compulsorien geen effect gehadt: In den voorgaanden Jare wierden wederom brieven van compulsorien versogt, wanneer bij rescriptie de Eijgenaars van Schiermonkoog wederom haar vrij eijgen gekogt regt van civile en criminele Justitie hebben bewaart, ende is op den 8 October 1736 verstaan geen apel plaats te hebben, gelijk ook het versaak van compulsorien afgeslagen, dese drie gevallen sijn door het Hof van Frieslandt zelfs soo verstaan, en verstrekken alsoo als drie onwraakbare getuigen, van het regt van de Heerlijkheit Schiermonkoog enz.”
Dit stuk waaraan een gedrukt jaartal ontbreekt, is aldus onderschreven:
„Uijt naam en order van de Eijgenaars van de Heerlijkheit Schiermonkoog.”
(get.) S. ACRONIUS.
Bij of onder deze naamteekening staat geschreven: 1738.
Instructie van het Hof van Frieslandt van den 10 Maij 1597, Art. 24.
Instructie ,, van ,, het ,, Hof ,, van ,, Frieslandt ,, van ,, den ,, 28 Oct. 1637, Art. 28.