Note (7) — DE INDIJKING EN DROOGMAKING VAN DE ZUIDERZEE EN HET IJ, (continued 2)
Reading edition
Men berekent het op ƒ 100 per last graan, ons uit den vreemde toegevoerd, dat er aan vracht, assurantie, lossen, opdragen, verschieten, meetloon, afdragen, pakhuishuur, courtage en provisieloonen is in handen gekomen, behalve de winst en vracht bij den weder-uitvoer.
In 1817 werden er alleen 80,000 last tarwe aangevoerd, daaraan waren dus ƒ 8,000,000 verdiend; rogge werd in gelijke verhouding aangebragt. Laten nu de voorstanders der graanwetten ons de verdiensten van den landbouw, tegen die schade opwegende, aanwijzen.
Een koopman betaalt milde loonen; een koorndrager kan van ƒ 1,50 tot ƒ 2 daags verdienen, en in den winter wordt door den landbouwers in de Betuwe 15 cents daags betaald.