← Table of contents
Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848

Note (6) — DE INDIJKING EN DROOGMAKING VAN DE ZUIDERZEE EN HET IJ, (continued 2)

Reading edition

Het gouvernement stelde in 1815 en 1816 een transitoregt van 3%, met 13 opcenten, op katoenen garens. Een huis te Amsterdam had met een huis te Londen eene overeenkomst getroffen. Het londensche huis had zijne agenten te Liverpool en Manchester, en stond in relatiën met alle katoenspinners, en wilde 100,000 pond st. bezigen, om de geschikste sorteringen, twisten of gesponnene garens, voor de duitsche en zwitsersche markten te koopen, en te zorgen, dat daarvan ten allen tijde ruimen voorraad te Amsterdam zoude zijn. Duitschland en Zwitserland hadden slechts de nommers op te geven, en er kon te Amsterdam terstond in hunne behoeften worden voorzien; er circuleerden reeds eenige tonnen gouds. De concept-wet bij de Staten-Generaal ingediend zijnde, vond zich het amsterdamsche huis verpligt, het londensche daarvan te verwittigen. Een bekende uit Hamburg was te Londen bij de ontvangst van dezen brief tegenwoordig. Men sprak er over: de Hamburger beweerde, „de doorvoerregten in Holland waren te hoog. Wat te Amsterdam niet meer kon plaats hebben, kon nu even geschikt te Hamburg geschieden.” Den Hamburger werd de zaak toevertrouwd, en de zich deswege geëtabliseerd hebbende Duitscher reed, binnen weinige jaren, in eene elegante calèche met vier paarden.

De Amsterdammer bezocht weinig tijds daarna eenen vriend in den Haag, eerste commies bij het Ministerie van Financiën. Men dutste zich, zooals de Duitscher zegt, en het volgende gesprek viel voor:

De Amsterdammer. Zoo, JAAP! hoe heb je het?

De Hagenaar. Wél, KO! Maar hoe zie jij er zoo bedrukt uit?

De A. Dat is jou schuld, JAAP!

De H. Mijn schuld—dat begrijp ik niet.

De A. Gij hebt 3½% transito regt op de twisten gelegd, en die gaan nu over Hamburg voor ½%; dit maakt mij in Amsterdam eene misrekening van ƒ 235,000, waarvan mij jaarlijks ruim ƒ 100,000 zouden zijn toegekomen.

De H. Maak mij die rekening eens, KO!

De A. Hoor! 100,000 pond st. is ƒ 1,200,000, gemiddeld die som, drie maal in een jaar omgezet, maakt eene som van ƒ 3,600,000.

daarop het land ½% ƒ 18,000

provisie en delcrediere 3% „ 108,000

courtage 1% „ 36,000

duitsche commissionair 1½% „ 54,000

registratie voor remises en traites 2‰ „ 7,200

wissel-courtage 1‰ „ 3,600

onkosten „ 9,000

dit zijn ƒ 235,800

door een enkel huis in één jaar.

De H. Ik heb niet geweten, dat daar zulke sommen mede gemoeid zijn.

De A. Dan hadt gij eerst de zaken moeten onderzoeken, alvorens zulke ruïneuze wetten te maken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings