Note (5) — DE INDIJKING EN DROOGMAKING VAN DE ZUIDERZEE EN HET IJ, (continued 2)
Reading edition
Bij ons bestaat een zeer groot ongerief. Een burger, die zich over een ambtenaar te beklagen heeft, levert zijne klagten in bij den minister. Dit beklag wordt door Z.Ex. aan den betrokkenen ambtenaar toegezonden, ter fine van consideratie en advys, op deszelfs rapport, wordt door zijne Z.Ex. conclusie genomen, en hoe dit antwoord geweest is, krijgt de geriefde nimmer te weten. En hoe zou het mogelijk zijn, (wij willen niet zeggen, dat hij in het ongelijk wordt gesteld), dat het indienen van klagten hem iets zouden baten: de eene heeft zijne vrienden en betrekkingen bij het ministerie, en de andere kent de laarsjes en de trappen niet, om op te klimmen. Werd echter, zooals regt en billijk was, den klager het rapport van den aangeklaagden ambtenaar, ter wederlegging, tot repliek medegedeeld, en dan in handen gesteld van onzijdigen, dan ware het vrij wat beter voor ons volksgeluk.