← Table of contents
Het Boschvolkje

Note 4 — EEN KERSTLIED.

Cilia Stoffel translation

Is het oude mannetje met zijn fiere rood zeldzaam bij ons, zijn mooie gezang is het nog meer. Slechts diep in de wouden, bij de eenzame rivieren van het hooge Noorden, waar geen menschenoor ooit naar luistert, begroet hij de opgaande zon uit den top van een hoogen spar. Daar ook zingt hij voor de ooren van zijn zedig grijs wijfje den lieflijksten minnezang der vogels. Het is een stroom van zacht gekweelde tonen, die tinkelen als een beekje diep onder ’t ijs, die over elkaar duikelen in een kalme verrukking van welluidend ineensmeltende klanken, vol als ’t lied van den weidespreeuw, maar veel zachter, alsof hij bang was dat iemand anders het zou hooren dan zij voor wie hij zong. Zij, die het lied kennen van den Parisvogel met de rozeroode borst (niet het lentelied dat aan dat van den roodborst4 doet denken, maar het verrukkelijk zachte gekweel aan zijn broedend wijfje) mogen haar lieflijkheid tot in ’t oneindige vermenigvuldigen en er zich zoo een denkbeeld van maken, waar het gezang van den Parisvogel op lijkt. Maar soms vergeet hij zich op zijn winterbezoek en zingt als andere vogels, eenvoudig omdat de wereld blij voor hem is, en dan, eens in een menschenleven, hoort een vogelminnaar uit Nieuw-Engeland hem en sluit het in zijn herinnering, en betreurt het voor zijn verdere leven dat het bestaan dat de Parisvogel in zijn Noordelijke land voert hem tot zoo’n schuw bezoeker heeft gemaakt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings