Note 84 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN.
Reading edition
Alas Bamboe, althans het bebouwde gedeelte, ligt zeer laag. De standplaats van den administrateur, Sikarang, in de gelijknamige afdeeling, ruim zeven Java-palen het binnenland in, ligt nauw acht voet boven zeepeil. Wij zagen hiervoor reeds dat de bodem voornamelijk bestaat uit poreuze zeeklei; hij slaat in den oostmoeson hier en daar zelfs zout uit. Dat is ook de reden, waarom er op den verbouw van palawidja84 niet te rekenen is. Rijst is het product, waarop de bevolking is aangewezen. Zij moet rijst verbouwen om in het leven te blijven. En als bij misoogsten dit bestaansmiddel ontbreekt, dan—vreeselijke consequentie—moet zij onverbiddelijk honger lijden, meer of minder. Neen, toch is er een middel om aan deze harde noodzakelijkheid—in de lachende natuur van Java!—te ontkomen. Men kan uitwijken, vluchten voor het nare spook van den honger en zijn heil zoeken op anderen grond, buiten Alas Bamboe. Maar deze stap is moeilijk. Immers, wanneer de nood eindelijk tot emigreeren dwingt, dan is reeds veel ellende geleden. Van waar moeten dan de middelen komen om uit te wijken? En gelukt het al, wat dan zal men elders vinden? In gunstig geval onbebouwden grond. Maar die zal eerst over een jaar het zweet van den arbeid loonen met de vruchten van den oogst. En in dat jaar blijft de maag om voedsel vragen.