← Table of contents
Het boek van Siman den Javaan

Note 44 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN.

Reading edition

De gamelan liet de geliefde oedjan’mas44 hooren. De panajagan45 was zijn instrument volkomen meester, en bespeelde het met vaardigheid; virtuositeit zou men het met billijkheid mogen noemen. Wel, in de geheele desa Gatok was geen beter gamelanslager te vinden; ja, men kon gerust beweren dat in de geheele afdeeling Herea van het particuliere land Alas Bamboe—de „klassieke afdeeling Herea” noemden de Europeesche opzichters haar om den Griekschen klank van den naam—geen beteren panajagan kon worden gevonden. Onverstoorbaar hield hij maat, niet af te leiden door de vroolijke drukte om hem heen, de lachende menschenmenigte, de vele tientallen brandende olieglaasjes. En de overige leden van het orkest stonden hem onberispelijk bij. De kromong46 accompagneerde in den middentoon, de kendang47 zorgde voor den doffen maatslag; de melodie werd gevolgd door de tweesnarige rebab48. De hoogere tonen werden evenmin vergeten. Met een vaardigheid, van langdurige oefening getuigende, viel de man aan de ketoek46 met den regelmaat van een uurwerk in, de kempoel46 deed hooger, de bendeh49 de hoogste tonen hooren. De twee go-ongs50 en de kleinere, schellere sarons51 wisselden elkander aldoor rythmisch af.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings