Note 239 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 5)
Reading edition
Het was de krankzinnige zucht van den aan opium verslaafde, die hem opdreef langs het erf met haastigen tred. Achter de bijgebouwen poosde hij, zich schuttend voor den zachten regen onder het afdak. Van hier uit verkende hij den omtrek. Het was stil; eenige krekels piepten. In het door de bamboe-omwanding schijnend licht van het vuur in de keuken zag hij een vrouw bezig. Hij gluurde door een reet: de keukenmeid schepte eten op eenige schalen, die de huisjongen had gebracht. Zij praatten samen, de spen239 en de keukenmeid ... Siman zag de dampende aardappelen, het malsche vleesch ... hij voelde dubbel zijn honger ...