Note 221 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 4)
Reading edition
„Nou, maar oud-resident Kan dan? Die is niet van tempo doeloe.221 En Kan is in zijn open brief aan de Kamer lang niet malsch geweest hoor; potstausend neen. Hij heeft de landheeren van niets meer of minder beschuldigd, dan van meer dan dubbel zooveel tjoeké te eischen dan waarop zij wettig aanspraak konden maken.”