← Table of contents
Het boek van Siman den Javaan

Note 189 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 3)

Reading edition

Een der oudere vrouwen was, hoewel niet daartoe aangesteld, zoo iets als opzichteres over de anderen. Kario hield toezicht in het pakhuis. Kario was een ijverig werkman, die, zoo jong als hij was, gezag kon doen gelden onder zijn werksters. ’Mboh189 Sima stond hem daarbij flink ter zijde. Niet dat de vrouwen noodig hadden telkens aan haar plichten te worden herinnerd, och neen, maar toezicht moest er zijn. Het werk moest snel geschieden, want de machine rustte niet en werkte elken dag voort, sorteerende de vele honderden picols rijst die binnenkwamen. Twee vrouwen zorgden voortdurend voor nieuwen toevoer. Ook dit was was wat nieuws. Vroeger waren mannen met deze werkzaamheden belast, maar vrouwen waren nog goedkooper. Vier anderen haalden de gesorteerde rijst weg. Dit werk was veel zwaarder dan het wannen, toch werd niet meer dan tien cents per dagtaak aan elk der vrouwen betaald. Daarom was er veel afgunst onder de werksters op Djiah en een andere wanster, Satima, omdat buiten ’mboh Sima slechts zij beiden het maximum salaris bekwamen van vijftien cents. Djiah vooral trof die afgunst; zij toch was het kortst aan het werk. Zij was ook niet begonnen op vijf cents, maar had dadelijk twee en een halven cent meer bekomen, en tien dagen later reeds was haar salaris door Kario verhoogd tot tien cents. Inderdaad had Kario hierin alles te zeggen, want Van Affelen, die begreep hoeveel hij aan den werkzamen man had, liet hem geheel baas in het pakhuis. Djiah vermoedde dat zij haar hooger salaris te danken had aan de omstandigheid, dat zij bij ’mboh Sima inwoonde de week, die zij te Herea bleef. ’Mboh Sima was een tante van Kario en zij had zeker een goed woordje gedaan bij den mandoer. Ook woonde Djiah zoover weg en zij had dus meer kosten dan een ander. Want telkens als zij huiswaarts ging, gaf zij haar kostvrouw een dubbeltje voor het inwonen. Voor den kost zorgde zij zelf. De kleine Rekso ging iederen morgen mede naar het pakhuis, werd op tijd gelaafd aan de moederborst en sliep overigens op een hoop gonnizakken in de afdeeling, waar weer andere vrouwen bezig waren met het dichtnaaien der voor de verzending gereed gemaakte zakken rijst. Hier werd meer betaald. De loonen liepen voor deze vrouwen tot zeventien en een halven cent daags en Djiah had al eens aan ’mboh Sima gevraagd of zij niet daar aan het werk kon komen. Zij zou die twee en een halven cent daags mèèr zoo best kunnen gebruiken!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings