← Table of contents
Het boek van Siman den Javaan

Note 165 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 2)

Reading edition

Twee dagen later waren Siman en Pah Ran weer te Gatok. Dadelijk daarna begonnen zij met het uitplanten der djagong. Het weder was ongunstig. Het was droog en smoorheet. De katjang stond zoo dor en schraaltjes dat geen hoop gekoesterd kon worden op eenig beschot. Toch ging men voort met irrigeeren. Boven de rantja had men een bamboezen stellage getimmerd om het water gemakkelijker te kunnen putten. Van de stellage liep een primitieve leiding van doormidden gespleten bamboe petoeng165, waaruit de tusschenschotten bij de geledingen waren verwijderd, naar den katjang-aanplant. Tweemaal daags werd deze aldus begoten. Ondoenlijk was het de uitgestrektere djagoeng-beddingen op dezelfde wijze van water te voorzien. Men moest zich verlaten op den hemel. Maar regen bleef uit, dagen en weken. De maïs had met laatste levenskracht wortel geschoten en werkte zich omhoog. Zij haastte zich ontijdig met vruchtzetting en in den bodem had zij strijd te voeren met de vernielende hama oeret, de engerling.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings