← Table of contents
Het boek van Siman den Javaan

Note 160 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 2)

Reading edition

Pah Asriep was een man, die zeker zijn vijftigste levensjaar reeds bereikt had. Mager en tanig, reeds grijs, met een harden trek om den ingevallen mond, had hij toch iets over zich, dat voor hem innam. Iemand die meer dan anderen geleden had: dien indruk maakte hij. Daaraan alléén echter dankte hij het ontzag niet, dat hij te Kalapa Aloes genoot. Pah Asriep had een ilmoe160 voor het genezen van ziekten. Zijn kennis had een zeer zuivere en gansch niet superhumane bron: hij was namelijk een kruidkundige van ongewone talenten, en van zeer vele Indische planten en kruiden had hij de geneeskrachtige eigenschappen leeren kennen, deels door overlevering, door toepassing overigens. Hij genas dysenterie, hij had een bladerenaftreksel voor den hoest; hij verdreef klieren met een afkooksel van anijsachtige zaden, ja zelfs beroemde hij er zich op een longontsteking te hebben genezen met een medicijn, uit batang oepas bereid. Zijn reputatie was echter nog grooter dan zijn kunde, geen wonder overigens in de desa. Ook in tal van andere zaken werd hem om raad gevraagd. Pah Asriep was een uiterst streng geloovige, die al de leefregels van den Koran in acht nam; hij kon lezen en schrijven, kende goede en kwade voorteekenen en zijn ervaring scherpte steeds zijn inzicht in zaken en toestanden. Het leed had hem echter verhard en verbitterd. Hij stond nu geheel alleen op de wereld; alles was hem door den dood ontrukt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings