Note 157 — HET BOEK VAN SIMAN DEN JAVAAN. (continued 2)
Reading edition
Het weder was frisch dien avond. In het bosch gaven insecten een concert, schel geaccompagneerd door het hoogstemmig gesjirp der krekels in het gras. Boven om den top van een bloeienden doerènboom hoorde men den vleugelslag van den kalong157 of het smakkende geluid van strijdvoerende tjodots158. Een zachte wind trok langs de stammen en zijn gesuis vermengde zich met het murmelen van den tot beek geworden stroom, die tegen den half vernielden steenen dam klotste als wilde zij dit beletsel uit haar weg ruimen.