Note 28 — Omvang en duur
Reading edition
Het kan vrijwel overbodig worden geacht er nog op te wijzen, dat de waardevermeerdering van een kunstwerk (d. w. z. van de materieele verwerkelijking ervan), nadat het in andere handen is overgegaan, nooit eenigen grond kan opleveren voor eene actie van den auteur, om daarvan zijn deel te krijgen. Het moge onbillijk zijn, dat speculanten in schilderijen soms groote winsten kunnen maken als gevolg van prijsverhoogingen, die meestal wel uitsluitend zullen zijn te danken aan den lateren arbeid van den schilder, waardoor zijn naam meer in aanzien is gekomen; een recht van den schilder op een deel van die winst bestaat niet en in geen geval als uitvloeisel van het auteursrecht, dat niet het lichamelijke voorwerp, maar de onlichamelijke kunstschepping tot object heeft28.