Note 20 — Omvang en duur
Reading edition
De op- of uitvoering behoeft niet, om een inbreuk op het auteursrecht uit te maken, aan zekere artistieke eischen te voldoen. Ook gebrekkige opvoeringen moet de auteur kunnen verbieden20. Daarom zal men ook als op- of uitvoering hebben aan te merken vertooningen van den kinematograaf en „concerten”, waar zich phonograaf, grammophoon, pianola en dergelijken laten hooren. Dat door middel van deze instrumenten inbreuk op het reproductie-recht kan worden gepleegd (nl. door de vervaardiging en verspreiding van kinematograaf-films en van rollen en platen, die bij de mechanische muziekinstrumenten en phonografen behooren) is hierboven reeds betoogd. Er bestaat zeker niet minder reden, om ook de op- en uitvoeringen door middel van deze instrumenten, voorzoover zij in het openbaar plaats hebben in den bovenaangegeven zin, als inbreuk op het op- of uitvoeringsrecht aan te merken. Wat de kinematographische voorstelling betreft, heeft een Engelsch rechter onlangs uitgemaakt, dat zij wel degelijk eene „voorstelling” is in den zin der wet, omdat de figuren, die de kinematograaf laat zien, volkomen den indruk maken van levende personen21. M. i. zal men ook volgens onze wet hetzelfde mogen aannemen. Dat men bij het tot standkomen der wet aan kinematographische voorstellingen niet heeft gedacht, kan geen grond zijn voor het tegendeel. Wij hebben hier te doen met eene „opvoering”, die in die jaren nog niet bekend was, doch die thans evengoed dezen naam verdient als die, waarbij tooneelspelers of dansers in levenden lijve optreden.