Note 9 — Internationaal auteursrecht
Reading edition
Na bovenstaande uiteenzetting van het stelsel onzer wet is het duidelijk, dat het voor vreemdelingen feitelijk onmogelijk is in ons land bescherming te vinden, tenzij dan in die gevallen, waarin onze tractaten met Frankrijk en België van toepassing zijn. Sluit men deze tractaten uit, dan wordt hier te lande geen ander auteursrecht erkend dan wat de wet van 1881 verleent. Terecht is door Mr. J. P. Moltzer9 opgemerkt, dat wij hier te doen hebben met eene uitzondering op het beginsel, dat in art. 9 W. A. B. is neergelegd; want al is de nationaliteit op zichzelf geen beletsel om auteursrecht volgens onze wet te hebben, de vereischten die de wet stelt zijn toch van dien aard, dat vreemdelingen feitelijk van de bescherming zijn uitgesloten. Ik heb er reeds op gewezen, dat de loi-type van de Association eene regeling geeft, die beter met de thans geldende beginselen van internationaal privaatrecht in overeenstemming is10, doch dat deze regeling in het stadium van ontwikkeling, waarin het auteursrecht thans nog verkeert, weinig kans heeft algemeen te worden toegepast. Verreweg de meeste wetgevingen zijn, evenals de onze, nog in hare werking beperkt tot een bepaalden, van nationaliteit of woonplaats van den auteur of van de plaats van verschijnen van het werk afhankelijken kring; en zoolang de volkomen gelijkstelling voor de wet van alle werken, onverschillig waar zij zijn uitgekomen of tot welk land de auteur behoort, voorloopig tot de onbereikbare idealen blijft behooren, zal men met dit stelsel genoegen moeten nemen. Doch afgezien van dit principieele bezwaar, hetwelk trouwens door internationale overeenkomsten grootendeels kan worden opgeheven, geeft het stelsel onzer wet nog aanleiding tot enkele kritische opmerkingen, die ik hier wil laten volgen.