Note 79 — Internationaal auteursrecht
Reading edition
Het vertalingsrecht—en dit geldt voor alle drie de regelingen—behoort tot die rechten, welke in de Conventie zelve gecodificeerd zijn; of zooals de Conventie 1908 (art. 4 lid 1) ze, in tegenstelling met de rechten die op de landswetten berusten, noemt: „droits spécialement accordés par la présente Convention”. De bedoelde bepalingen houden dus—zooals het door sommige schrijvers is uitgedrukt—dwingend materieel recht in; d. w. z. het vertalingsrecht geldt in het geheele Verbond binnen de grenzen, welke de Conventie zelve daarvoor gesteld heeft, onafhankelijk van de bepalingen, welke de inlandsche wetten op dit punt mochten bevatten. Deze wetten zijn slechts toepasselijk, voorzoover dit uit de bepalingen der Conventie valt op te maken. Art. 8 Conventie 1908 bepaalt b.v. dat het vertalingsrecht evenlang duurt als „het recht op het oorspronkelijke werk”; middellijk is dus ook de inlandsche wet van het betreffende land van invloed, daar deze den duur van het recht op het oorspronkelijke werk bepaalt of althans meehelpt bepalen. De bijzondere bepalingen, die de landswetten op het vertalingsrecht mochten bevatten, worden echter door de Conventie geheel terzijde gesteld. Dit sluit natuurlijk ook in, dat eventueel door deze wetten voorgeschreven bijzondere voorwaarden of formaliteiten voor het vertalingsrecht niet in acht behoeven te worden genomen79.