Note 5 — Internationaal auteursrecht
Reading edition
In de eerste plaats acht Mr. Levy het een bezwaar tegen de Berner Conventie, dat zij op wederkeerigheid berust. „Het ontzien van een anders eigendom of vermogensrecht is niet, en mag niet afhankelijk zijn van wederkeerigheid.” In beginsel is hier weinig tegen te zeggen, en de mooiste en tevens eenvoudigste oplossing van het vraagstuk der internationale auteursbescherming zou zeker hierin bestaan, dat in de wetten van alle landen eene bepaling werd opgenomen als die van art. 16 van de loi-type der Association: „Deze wet is toepasselijk op alle auteurs, onverschillig tot welke nationaliteit zij behooren en waar ook het werk voor het eerst verschenen zij.” Misschien, dat het eenmaal nog zoover komt en in dat geval zal de Berner Conventie overbodig zijn geworden; doch voorloopig blijft er één groot bezwaar tegen dit stelsel bestaan, dat het ook begrijpelijk maakt, dat zoo weinig staten het tot nog toe hebben willen aanvaarden5, nl. de belangrijke verschilpunten tusschen de verschillende wetgevingen. Mr. Levy merkt op, dat het gebod: gij zult niet stelen, in gansch de beschaafde wereld geldt en in de helft der onbeschaafde wereld. Dit moge waar zijn ten opzichte van den eigendom van lichamelijke goederen; met betrekking tot auteursrecht is hiermede echter te veel gezegd. Het auteursrecht verkeert te dien opzichte nog in een toestand, die te vergelijken is met dien van den privaten eigendom voor een paar duizend jaar. In de „beschaafde wereld”, d.i. binnen het gebied der Berner Conventie, vindt de auteur voldoende bescherming, zij het dan ook niet overal in volkomen gelijke mate. Doch daarbuiten laat die bescherming soms nog veel te wenschen over en treft men nog de zonderlingste opvattingen over het recht der auteurs aan. Het is daarom niet te verwonderen, dat tot toetreding tot de Berner Conventie alleen die staten worden toegelaten, die althans een minimum van bescherming aan hun eigen onderdanen verleenen, en dat van hen geëischt wordt, hiervan ook de onderdanen der andere aangesloten rijken te doen genieten.