Note 62 — Internationaal auteursrecht
Reading edition
Op de Berlijnsche Conferentie stelde Duitschland voor, de bescherming voortaan te verleenen in elk land volgens de aldaar geldende wet, geheel onafhankelijk van de wetsbepalingen van het land van herkomst. Hierop werd door de Fransche afgevaardigden een amendement ingediend, strekkende om wat den duur van het auteursrecht betreft één termijn vast te stellen, die in het geheele Verbond zou gelden. Bij de toelichting van dit amendement werd opgemerkt, dat het Duitsche voorstel, indien het ongewijzigd werd aangenomen, eene onbillijkheid in het leven zou roepen. De auteurs van een land met een korten beschermingstermijn zouden in andere landen van den langeren duur der bescherming genieten en dus aldaar nog beschermd zijn, wanneer het auteursrecht in hun eigen land reeds een einde had genomen, terwijl daartegenover in het eerstgenoemde land de vreemde auteurs zich met de bescherming van korten duur tevreden zouden moeten stellen. Dit zou—zoo meende de Fransche delegatie—voor sommige landen eene aanleiding kunnen zijn om in hunne wetgeving een auteursrecht van korten duur in te voeren of te bestendigen, daar dit immers van hun nationaal standpunt alleen voordeelen en geen nadeelen zou opleveren62.