← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 51 — Internationaal auteursrecht

Reading edition

Op dit punt heeft de rechter dus in elk geval de wet van het land van herkomst te raadplegen. Bovendien heeft hij dit te doen voor de berekening van den duur der bescherming. Volgens art. 2 lid 2 Conventie 1886 kan de bescherming niet langer duren („ne peut excéder”) dan in het land van herkomst. Er is gestreden over de vraag, of door deze woorden aan de Verbondsstaten de verplichting wordt opgelegd, geen bescherming te verleenen, wanneer deze in het land van herkomst heeft opgehouden, dan wel of de binnenlandsche wetgeving, indien deze ook voor vreemde werken een langeren termijn van bescherming stelt dan die van het land van herkomst, mocht worden toegepast. Het lijdt m. i. geen twijfel of de laatste opvatting is de juiste. Het, meermalen uitgesproken, beginsel van de Conventie is altijd geweest, dat zij slechts een minimum van bescherming waarborgt; het staat den Verbondsstaten steeds vrij, hetzij door hunne inlandsche wetgeving, hetzij door afzonderlijke tractaten, deze bescherming verder uit te breiden. Dit was ook de algemeene opinie op de Conferentie van Parijs, van welker juistheid men toen zoozeer overtuigd was, dat het opnemen van eene uitdrukkelijke verklaring in dezen zin in de Déclaration, waartoe de Zwitsersche delegatie een voorstel had gedaan, onnoodig werd geacht51.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings